|
(113)
stelling van Karstedt 2
[Piceu,Tom]
1...Kg8
[ 1...Re1?
2.Ra8+
Re8
3.Rxe8+
Kxe8
4.Kg7
en de witte pion promoveert] 2.Ra8+
Kh7
3.Rf8
de enige deftige winstpoging [ 3.Ke6
Kg7
en om de zwarte koning weg te jagen, kan wit nu enkel dit spelen: 4.Ra7+
Kf8
5.Kf6
( 5.f6?
Re1+
en we zitten in de remise-stelling die we gezien hebben bij de stelling van Philidor.) 5...Kg8
en we zijn weer waar we vertrokken waren. Wit heeft dus niets bereikt.] 3...Ra1
Dreigt vervelend schaak langs de zijkant en wit kan enkel schuilen achter de pion. Maar dan zou de zwarte koning opnieuw voor de pion kunnen komen, dus dat lost niets op. Wits enige zet: 4.Re8
Rf1!
5.Rf8
[ Na 5.Ke6
Kg7
is de zwarte koning opnieuw voor de witte pion gekomen en kan wit de pion niet meer vooruit krijgen.] 5...Ra1
en wit geraakt dus niet verder. Het verschil met de vorige stelling: doordat de zwarte koning naar de "korte" kant (kant waar de rand het dichtst is), kan de toren met schaakjes dreigen aan de "lange" kant. (Aan de "korte" kant heeft de toren daar niet genoeg plaast voor, omdat de koning de toren onmiddellijk verjaagt.) *
|