(4) K+L+P - K
stelling 3: naar de rand drijven

Om de koning naar de rand te drijven, is vooral de opstelling van het paard en de loper heel belangrijk. Ze werken het best samen als ze op dezelfde rij/kolom staan, met één veld ertussen. Als het paard en de loper zo opgesteld staan, dan vormen ze een muur waar de zwarte koning niet voorbij kan: a5, b5, c5, c4, d4 en e4 staan gedekt door één van de twee stukken. De witte koning verspert de weg langs de e-lijn. Om de koning naar de rand te krijgen, moeten we onze muur in beweging zetten. We moeten geduldig spelen en rij voor rij opschuiven in de richting van een hoek. In de diagramstelling moeten we dus eerst proberen om de loper en het paard op de vierde rij te krijgen. De loper kan altijd zonder problemen spelen: 1.Bc4 Kc6 Het witte paard moet naar a4 of e4, om een nieuwe muur te hebben. We kunnen het paard niet onmiddellijk spelen, omdat dan c5 vrijkomt voor de zwarte koning. Daarom 2.Ke7 Kc7 [ na 2...Kb6 3.Kd6 Kb7 4.Nc5+ Kb6 5.Ne4 gaan we op dezelfde manier verder] 3.Nc5 Kb6 [ na 3...Kc6 4.Na4 Kc7 5.Bb5 opnieuw schuiven het paarde en de loper een rij op 5...Kc8 6.Nc3 Kc7 7.Nd5+ Kc8 8.Kd6 Kb7 9.Kd7 Kb8 en nu de koning bijna in de hoek staat, moet je beginnen zoeken hoe je hem daar zult houden 10.Ne7 Kb7 11.Nc8 Kb8 12.Ba6 Ka8 13.Kc6 Kb8 14.Kb6 Ka8 15.Ne7 Kb8 16.Nc6+ Ka8 17.Bb7# ] 4.Kd6 Ka5 [ 4...Ka7 5.Kc7 ] 5.Nd3 b4 moet gedekt worden. 5...Ka4 6.Kc5 Ka3 De zwarte koning staat weeral bijna in de hoek. Nu wordt het weer even rekenen. 7.Nb4 Kb2 [ 7...Ka4 8.Nc2 Ka5 9.Nd4 Ka4 10.Nb5 en we hebben bijna de sleutelstelling bereikt.] 8.Kd4 Kc1 [ 8...Ka3 9.Kc3 Ka4 10.Nc6 Ka3 11.Nd4 Ka4 12.Nb3 en we krijgen de sleutelstelling op het bord] 9.Kc3 Kd1 10.Nc2 en we hebben de sleutelstelling bereikt. *



Generated with ChessBase 8.0