Het bevrijden van de menselijke geest van de belemmerende werking van de gehechtheid aan allerlei denkbeelden, is de essentie van zen. Deze bevrijding wordt enerzijds opgevat als het ontdoen van de geest van ongemakkelijke en onnodige begrenzingen, anderzijds als het vrijmaken van het grote potentieel en het grote functioneren die latent aanwezig zijn in het onbekende gebied van het bewuste handelen dat zich voorbij die begrenzingen uitstrekt. Vroege zen-meesters gaven nieuw leven aan de leer van de Boeddha dat bevrijding, niet traditie of conventie het essentiële criterium is van spirituele authenticiteit.
Tegenwoordig is het gebruikelijk onderdrukking vooral op te vatten in maatschappelijke, politieke of economische zin. Emotionele, intellectuele, en andere meer subtiele vormen van onderdrukking worden gewoonlijk in verband gebracht met bijverschijnselen van de meer in het oog springende vormen van onrecht op materieel en bestuurlijk niveau... Onderdrukking wordt dikwijls vooral gezien als iets dat van buitenaf is opgelegd, terwijl de innerlijke manifestaties ervan worden beschouwd als een reactie op of een aanpassing aan de externe omstandigheden.
Het boeddhistische denken daarentegen ziet de geest als de uiteindelijke bron van onderdrukking, of die nu is opgelegd door anderen of door het eigen zelf. Als dat waar is verklaart het waarom bewegingen voor maatschappelijke bevrijding en hervormingen die zich concentreren op de symptomen van onderdrukking en onrecht, zonder daadwerkelijk aandacht te besteden aan de bron ervan, nooit volledig en definitief hun doel kunnen bereiken. De geschiedenis vertelt van politieke vrijheidshelden die op hun beurt onderdrukkers werden; van organisaties die aanvankelijk werden opgezet om rechten te beschermen maar die zich na verloop van tijd steeds meer rechten aanmatigden; van instellingen die ogenschijnlijk waren bedoeld om mensen uit onwetendheid te bevrijden maar tenslotte nauwelijks méér waren dan een werktuig om de geest binnen de begrenzingen van algemeen aanvaarde opvattingen gevangen te houden.
Volgens het zen-onderricht kan het zoeken naar vrijheid zelf al onderdrukkend zijn, of dat nu in psychologische, politieke of religieuze zin tot uiting komt. Het boeddhisme benadrukt dat werkelijke vrijheid mogelijk is, zelfs al moeten we daarvoor de illusies over de vrijheid achterwege laten. De geest wordt door de boeddhisten echter niet alleen beschouwd als de bron van onderdrukking, maar ook als de bron van verlichting. Boeddhisten zijn ervan overtuigd dat in de geest onvoorstelbare vermogens tot vervulling schuilen, verborgen doordat wij in beslag worden genomen door onze dagelijkse zorgen en beslommeringen.
Wie onderdrukt ons? Het boeddhisme zegt dat wij onszelf verstrikken in het web van onze individuele en collectieve ideeën, woorden en handelingen. Dit wordt geacht op te gaan voor alles, van persoonlijke neurosen tot massale onderdrukking, van lijden dat men zichzelf toebrengt tot het leed dat mensen hun medemensen aandoen. Bovendien worden deze ideeën, woorden en handelingen beschouwd als ontspringend uit een subtiele houding en een mentale stellingname die ze, zonder dat wij ons ervan bewust zijn, versterken en hun voortzetting zeker stellen.
Omdat deze door hun eigen subjectiviteit gecamoufleerde stellingnamen zelden aan een bewust kritisch onderzoek worden onderworpen, wordt het begin van de onderdrukking, vanaf de ontwikkeling van de kenmerkende neigingen waartoe deze innerlijke houding aanzet en de versterking waartoe zij verlokt, in zen-bewoordingen genoemd het'zichzelf vastbinden zonder touw'.
Vanuit een zen-gezichtspunt is het probleem dat aan de verschillende vormen van onderdrukking ten grondslag ligt een fundamentele verwarring. Dit wordt in klassieke zen-bewoordingen uitgedrukt als het verwarren van de knecht met de meester, of de gastheer met een gast. Zelfs openlijke vormen van onderdrukking, zoals de politieke en economische slavernij waarin volken verkeren, ontstaan en ontwikkelen zich tot een vicieuze cirkel vanuit overheersing van de geest door ideeën, woorden en handelingen. Het boeddhistische denken onderkent de ontvankelijkheid van de geest voor suggestie en conditionering, vandaar het gezegde: 'Wees liever meester over de geest dan overmeesterd door de geest.'
(uit: Thomas Cleary, Zen - essenties)