Stel dat een vuiltje aan iemands neus blijft hangen terwijl hij ligt te slapen. Wanneer hij, zich niet bewust van wat er is gebeurd, wakker wordt zal hij misschien een geur opmerken en aan zijn hemd ruiken. Omdat hij denkt dat zijn hemd stinkt trekt hij het uit. Maar vervolgens heeft alles wat hij oppakt voor hem een kwalijke geur. Hij beseft niet dat de geur aan zijn neus zit.
Iemand vertelt het hem, maar hij gelooft het niet. Wanneer hem gezegd wordt dat hij zijn neus moet afvegen weigert hij dat te doen.
Hij had het sneller beseft wanneer hij zijn neus had afgeveegd, maar wanneer hij tenslotte zijn gezicht heeft gewassen merkt hij dat er geen geur meer is. Dan zal hij merken dat de dingen die hij ruikt bij nader inzien toch niet stinken.
De beoefening van zen is net zo. Zij die niet willen stilhouden om in zichzelf te kijken blijven zoeken naar intellectueel begrijpen. Dat najagen van intellectueel begrijpen, zoekend naar theoretische kennis en vergelijkingen trekkend, is helemaal verkeerd.
Als de mensen hun aandacht weer op het zelf zouden richten, zouden ze alles begrijpen.
(zen-meester Foyan)