(over de tweeledige lach)
Degenen die de duivel zien als een handlanger van het Kwaad en de engel als een strijder van het Goede, volgen de demagogie van de engelen. De zaak is vanzelfsprekend ingewikkelder.
De engelen zijn geen aanhangers van het Goede, maar van Gods schepping. De duivel daarentegen ontneemt Gods wereld de verstandelijke betekenis.
De macht over de wereld wordt, zoals bekend, gedeeld door duivels en engelen. Het goede van de wereld impliceert echter niet dat de engelen de duivels in aantal zouden overtreffen (zoals ik als kind geloofde), maar dat hun macht ongeveer in evenwicht zou zijn. Is er op de wereld te veel onbetwistbare zin (overheersing der engelen), dan bezwijkt de mens onder dat gewicht. Verliest de wereld alle zin (overheersing der duivels), dan kan men ook niet leven.

Dingen die plotseling beroofd zijn van de veronderstelde betekenis, van de plaats die ze in de vermeende orde der dingen hebben gekregen (een in Moskou geschoolde
marxist gelooft in horoscopen), prikkelen onze lach. De lach hoort dus oorspronkelijk bij de duivel. Er zit iets gemeens in (de dingen blijken anders te zijn dan zoals ze zich hebben voorgedaan), maar ook een stuk weldadige opluchting (de dingen zijn lichter dan ze leken, je kunt vrijer met ze omgaan, ze onderdrukken ons niet met hun strenge ernst).
Toen de engel voor de eerste keer de lach van de duivel hoorde, was hij met stomheid geslagen. Het was op een of ander festijn, het was er stampvol en de mensen gingen een voor een op in het duivelse lachen dat ontzaglijk aanstekelijk werkte. De engel had goed in de gaten dat deze lach gericht was tegen God en tegen de waardigheid van zijn werk. Hij wist dat hij snel iets moest doen, maar hij voelde zich machteloos en zwak. Daar hij zelf niets kon verzinnen, imiteerde hij zijn tegenstander. Hij opende de mond en bracht een onderbroken, schokkerig geluid uit in de hogere regionen van zijn stemregister (een beetje zoals Gabriëlla en Michaella ook in een straat van een kustplaats hadden gedaan) en gaf hieraan een tegenovergestelde betekenis. Terwijl de lach van de duivel op de onzinnigheid der dingen wees, wilde het geschreeuw van de engel zich erover verheugen dat op deze wereld alles verstandelijk geregeld, goed bedacht, mooi, rechtschapen en zinvol was.

Zo stonden ze daar, de duivel en de engel, met open mond tegenover elkaar, en ze produceerden bijna hetzelfde geluid, alleen drukte elk iets volslagen verschillends uit. En de duivel keek naar de lachende engel en lachte hoe langer hoe meer, hoe beter en oprechter-omdat de lachende engel eindeloos belachelijk was.

Een lach die belachelijk is, dat is een debacle. Toch hebben de engelen iets bereikt. Ze hebben ons allemaal misleid door hun semantische bedrog. Zowel hun imitatie van de lach als de oorspronkelijke (duivelse) lach wordt met een en hetzelfde woord aangeduid. Mensen realiseren zich vandaag de dag niet meer dat dezelfde uiterlijke vertoning twee totaal tegenovergestelde innerlijke houdingen herbergt. Er bestaan twee soorten lach en we komen een woord te kort om ze te onderscheiden.

Milan Kundera, het boek van de lach en de vergetelheid