Nooit hoorden wij andere stemmen dan de onze.
Nooit waren er handen die doen wat handen niet kunnen,
nooit andere goddelozer mensen dan wij.
Maar er was daglicht, alle dagen, wat ook gebeurde,
alsof wij liepen over een onzichtbaar weefsel,
boven de afgrond gespannen, dat niet scheurde.
Nooit werd iemand weggetild uit de tijd.
Maar soms even wordt lijden opgeschort
of dragen mensen het samen,
zo zouden wij moeten leven.

Huub Oosterhuis