Waarom zou dat gevoel van geluk zo ongrijpbaar zijn, zowel voor de mensen die in het leven krijgen wat ze hebben willen als voor de mensen die het niet krijgen? Waarom zou iemand die zoveel redenen heeft om gelukkig te zijn zo'n hevig gevoel van gemis hebben? Vragen we te veel van het leven als we zeggen: 'Ik wil alleen maar gelukkig zijn?' Is geluk net als de eeuwige jeugd of het perpetuum mobile een doel dat er niet is om bereikt te worden, hoezeer we ook ons best doen? Of kunnen mensen wel gelukkig zijn maar zijn we gewoon verkeerd bezig?
Oscar Wilde schreef eens: 'Er zijn in het leven twee tragedies. De ene is, je hele leven iets te willen en het niet te krijgen. De andere is, het wel te krijgen.' Hij probeerde ons te waarschuwen dat, hoe we ons ook inspannen om succes te hebben, succes ons niet tevreden zal stellen. Tegen de tijd dat we zijn waar we wezen willen, na van alles en nog wat op het altaar van het succes te hebben geofferd, zullen we beseffen dat dat succes eigenlijk niet was wat we zochten. Mensen die geld en macht hebben weten iets dat u en ik niet weten en dat we misschien niet zouden geloven als het ons verteld werd. Geld en macht stillen die naamloze honger in onze ziel niet. Zelfs de rijken en machtigen koesteren een diepgevoeld verlangen naar iets dat méér is. We lezen over de gezinsmoeilijkheden van bekende persoonlijkheden, we zien hun conflicten in gefingeerde vorm op de televisie, maar de boodschap dringt niet tot ons door. We blijven denken dat we gelukkig zouden zijn als we maar bezaten wat zij bezitten. Hoe we ook ons best doen om populair te worden en hoe goed we daar ook in zijn, het punt waarop we achterover kunnen leunen met het gevoel 'We zijn er' Iijkt onbereikbaar te zijn. Als ons gevoel van eigenwaarde afhangt van onze populariteit en andersmans mening over ons, zullen we altijd van die anderen afhankelijk zijn. Ze zullen te allen tijde de macht hebben om de grond onder onze voeten weg te slaan.
Ik herinner me dat ik eens iets las over een jonge man die zijn ouderlijk huis verliet om in Hollywood roem en rijkdom te vergaren. Toen hij wegging had hij drie dromen: zijn naam in koeieletters aangekondigd te zien, een Rolls Royce te bezitten en te trouwen met een schoonheidskoningin. Toen hij dertig was had hij alle drie deze dingen bereikt en was hij buitengewoon depressief. Hij was niet in staat om nog creatief te zijn, ondanks het feit (of misschien juist daardoor) dat al zijn dromen in vervulling waren gegaan. Toen hij dertig was had hij geen doel meer in zijn leven. Wat moest hij met de rest ervan doen?
En zo gebeurt het dat een vrouw die er altijd van droomde met een succesvol arts of de directeur van een groot bedrijf te trouwen en in een mooi huis in een dure buurt te wonen, maar niet begrijpen kan waarom ze ondanks haar geslaagde huwelijk en haar droomhuis iedere morgen loopt te denken: 'Is dit nu alles? Het leven moet toch méér inhouden!' Ze maakt lunchafspraken met vrienden, brengt geld bij elkaar voor liefdadige doeleinden, begint misschien wel een boetiek, in de hoop dat ze door haar dagen te vullen ook de knagende leegte in haar ziel zal kunnen vullen. Maar hoe druk ze zich ook maakt, de honger in haar binnenste wordt niet gestild.
Onze zielen hongeren niet naar roem, luxe, rijkdom, of macht. Dat zijn beloningen die bijna evenveel problemen veroorzaken als ze oplossen. Onze zielen hongeren naar betekenis en zin, naar het gevoel dat we er achter zijn gekomen hoe we zo moeten leven dat onze levens van belang zijn, dat de wereld tenminste een beetje anders zal zijn omdat wij geleefd hebben.
Op een dag was ik het boek 'De mens op weg naar zelfontdekking' van Carl Gustav Jung aan het lezen, en ik kwam daarin diverse passages tegen die van een verbazingwekkend inzicht getuigden. Ze gaven me het gevoel dat dit boek, geschreven voor ik geboren was, me beter kende dan ik mezelf kende. De eerste passage luidde: 'Ongeveer een derde van mijn patiënten Iiidt niet aan een klinisch omschrijfbare neurose, maar aan de zinloosheid en de leegheid van hun bestaan. Dit zou beschouwd kunnen worden als de algemene neurose van onze tijd.'

uit: H. Kushner, Niets meer te wensen en toch niet gelukkig. Op zoek naar de zin van het leven.

(onze cursivering)