Ik houd van de lichamelijke liefde, dat zul je wel gemerkt hebben. maar de reden waarom ik ervan houd is niet de huivering waarmee ze ons bedwelmt en aan de vergetelheid overlevert. De reden is het gezelschap dat ze ons schenkt en waarmee ze ons bemoedigt, de troost die wij ervaren wanneer we een lichaam bezitten waartoe we ons voelen aangetrokken: wanneer we ons eigen lichaam met dat lichaam verenigen, het binnenin en bovenop ons voelen. (...) Wat wij hebben is niet meer dan een oppervlakkig contact, zei je, een seksuele lichaamsoefening, verzadigende gymnastiek, een dialoog tussen doofstommen. Dat is voor mij niet genoeg, zei je, ik verkies de vriendschap. Jammer dat jij nog geen lettergreep hebt gehoord van wat ik jou zei. Vriendschap kan liefde niet vervangen, zei ik. Vriendschap is een kortstondig, kunstmatig hulpmiddel en vaak een leugen. Verwacht van vriendschap nooit de wonderen die de liefde doet: vrienden kunnen geen vervanging voor de liefde vormen. Ze kunnen je niet ontrukken aan de eenzaamheid, de leegte niet opvullen, niet dat soort gezelschap bieden. Ze hebben hun eigen leven, je vrienden, hun eigen liefdes. Ze zijn een onafhankelijke, vreemde wezenheid, een aanwezigheid die van voorbijgaande aard en vooral vrij van verplichtingen is. Ze kunnen vrienden van jouw vijanden zijn, je vrienden. Ze komen en gaan naar het hun goeddunkt of goed uitkomt en ze vergeten je gemakkelijk: heb je dat niet gemerkt? Oh, als ze weggaan beloven ze gouden bergen. Misschien zijn ze zelfs te goeder trouw. Op-mij-kun-je-rekenen, wend-je-maar-tot-mij, bel-mij. Maar als je hen belt zijn ze in het merendeel van de gevallen niet thuis. Als ze thuis zijn, hebben ze een of andere verplichting waar ze niet onderuit kunnen en komen ze niet. Als ze komen, nemen ze in plaats vande gouden bergen een handvol grind voor je mee: de kliekjes, de kruimels van henzelf. En jij doet hetzelfde met hen. Nee, voor mij is vriendschap niet genoeg.

Oriana Fallaci, Inshallah