Toelichting bij de wandeling langs schelde en Rupel.
1. Schelle is een tot nijverheidsgemeente uitgegroeid Scheldedorp aan
de monding van de Rupel, met een oppervlakte van 781 ha en een kleine
7000 inwoners.
De neogotische, witstenen Sint-Petrus en Pauluskerk met het slanke belforttorentje dateert uit de l3de eeuw. Door een constructiefout belt de toren meer dan een meter naar het noordoosten over. De kerk werd in 1844 verbouwd, maar hoe ze er oorspronkelijk uitzag kon je bekijken in het Kunsthistorisch Museum te Wenen, op een schilderij van jan Bruegel 1 'Het gezicht van Sehelle', uit 1614. De kerk bevat o.a. een Van Peteghemorgel en een schilderij van Antoon van Dijck, 'Marteldood van St.-Sebastiaan'.
2. De voormalige Sint-Bernardusabdij werd in 1245 opgericht omtrent den oever' tegen de waterpoort te Hemiksem en in 1246 betrokken door de cisterciŽnzers. In het nieuwe 'Locus Sancti Bernardi' namen toen 23 abdijheren en 28 lekenbroeders hun bescheiden intrek. De monniken van de abdij maakten van de Rupelstreek de bakermat van de baksteenindustrie. De zogenaamde 'paepsteen' is daar nog een herinnering aan. De abdij kende een bewogen geschiedenis. Na de Beeldenstorm in 1578 verlieten de bernardijnen de abdij. Na het Twaalfjarig Bestand kwam men terug tot het normale leven en werden de versterkingen gesloopt (Tolbuis 1609), terwijl de abdij heropgebouwd werd. Na een brand in 1672 moest de abdij worden wederopgebouwd. Toen de Franse Revolutie de kloosters ophief, werd de kerk afgebroken. Op deze plaats worden nu opgravingen verricht. De overige gebouwen werden tot hospitaal omgevormd en nog later als gevangenis gebruikt. In l~67 werden ze als opslagplaats (depot) voor het Belgisch leger in gebruik genomen, vandaar de naam Depotstraat.
In 1973 kreeg de abdij de status van beschermd monument en in 1977 verliet het leger het pand. In 1988 werden de verkommerde gebouwen aangekocht door de gemeente, die ze een culturele bestemming wil geven. De kloosterorde is nu te Bornem gevestigd.
3. In het Roelantsmuseum is het keramisch werk ondergebracht van Joseph Roelants (1881-1962). Hij werkte 38 jaar voor het hemiksemse keramiekbedrijf Gilliot en verwierf bekendheid met zijn keramische panelen in Belgische en buitenlandse kerken. Ook in de O.-l.-Vrouw-kerk aan de Saunierlei te Hemiksem kan je werk van Roelants bekijken. Het museum is van 1 mei tot 30 september open op zater- en zondag van 14 tot 17 u.
4. Het kasteel (lat hier stond dateert uit het Spaanse tijdvak. Het werd afgebroken in 1952; alleen de torens, waarin de gedenksteen het jaar 1831 vermeldt, bleven overeind. Het Laarhof werd reeds vermeld ineen akte van 1298.
5, De elektriciteitscentrale werd gebouwd in 1927, bedient een belang-rijk deel van ons land en is met verscheidene centrales verbonden voor productielevering. De kabeloverspanning, die door twee pylonen van 100111 hoog gerealiseerd wordt over de Schelde, bedraagt 604 m. Daarbij is er nog een vrije doorvaarthoogte van 65 m in het midden van de Schelde.
6. De tolhuizen of ontvangstkantoren langs de stromen en rivieren maakten een van de voornaamste inkomstenbronnen uit voor de vorsten en heren in deze gewesten. Toch was niet iedereen aan die tol onderwor-pen: zo was bijv. de abdij van Sint-Bernardus vrijgesteld.
7. het Tolhuisveer was in oude geschriften ook bekend als het Lobsveer, veer ten Essche, Nesterveer enz. In vroeger eeuwen was het Tolhuis een zeer winstgevende zaak, die samen met het veer als een bijzondere eigendom in handen van machtige heren bleef. In de middeleeuwen lag dit veer op een belangrijke verbindingsweg naar Klein-Brabant en Den-dermonde. Door de jaren 'een verminderde de waarde van deze broodwinning, zodat de laatste veerman in juli 1968 de overzetdienst opgaf en elders ging werken. het veerhuis, nu herberg 'Oud Tolhuis', was een oude visserskapel, wat je nog merkt aan de dichtgemetselde toegangs-deur en aan de vensternissen in de zijgevel.
8. Over de Laarkapel, die toegewijd is aan O.-L.-Vrouw van Zeven WeeŽn, bestaan heel wat legendes. Waarschijnlijk werd de kapel ge-bouwd omdat men na alle doorstane oorlogsweeŽn eindelijk van het Spaanse juk bevrijd was
9. Het Museum Bijsterveld is sinds 1967 in de oude pastorie gevestigd, een gebouw dat in 1652 aan de kerk geschonken werd. In het museum heten de reuzen Toon en Triene de bezoekers welkom bij een terugblik op kerkelijke en huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Het museum is elke laatste zondag van maart tot september toegankelijk van 14 tot 17 u en tijdens het jaarmarktweckend in oktober.
10. De plaatselijke heer van het Laarhof kon recht spreken over kleine zaken zoals stroperij, verboden visvangst enz. De heren van het gewest Mechelen behandelden de zware gevallen en de tot de galg veroordeelden werden hier opgehangen
Toelichting bij de wandeling langs de schelde te Bornem
1. De fusiegemeente Bornem bestaat uit de deelgemeenten Bornem, Hingene, Mariekerke en Weert, samen goed voor 4575 ha en zo", 18.500 inwoners. Deze gemeenten liggen in Klein-Brabant tussen de Schelde en de Rupel. Via de rijksweg tussen Breendonk en Sint-Niklaas (de aansluiting met de E 17) wordt de streek ook toeristisch ontsloten.
Bornem is een centrum van de aspergeteelt, terwijl vroeger de mandenmakerij erg belangrijk was. In de overslaggronden werden toen immers wijmenaanplantingen aangelegd, die in deze plaatselijke nijverheid verwerkt werden. Sinds de jaren vijftig en de opkomst van concurrerende producten zoals plastic en rotan ging de mandenvlechterij achteruit. Om de daardoor ontstane werkloosheid op te vangen werden toen industrieterreinen aangelegd langs de weg Temse-Breendonk. Er zijn wel nog een aantal mandenvlechters aan het werk die zich vooral op de toerismesector richten.
2. De Onze-Lieve-Vrouw en Sint~Leodegariuskerk is een laatclassicistische, driebeukige kerk (1828-29) met een Romaanse crypte uit de 1 2de eeuw, terwijl ook de onderbouw van de toren en het koor Romaans is. Het ontstaan van de kerk en de crypte is nauw verbonden met de oprichting van een benedictijnerabdÓj, die hier in het begin van de 12(1e eeuw gesticht werd, maar waarvan geen sporen meer te vinden zijn. De krochtkapel of crypte is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, bij wie zwan-gere vrouwen een voorspoedige geboorte kwamen vragen. In de crypte ligt ook de Spaanse edelman Pedro Coloma begraven, die stierf in 1621 als heer van Bornem, nadat hij de Sint-Bernardusabdij gesticht had en de polders systematisch had laten droogleggen.
Weldoener Coloma het in 1603 een klooster optrek ken aan de huidige Kloosterstraat. Van 1658 tot 1825 werd het klooster bewoond door Engelse dominicanen, die hun land ontvlucht waren tijdens de godsdienstvervolgingen. Ze richtten er ook een college in voor Engelse jongeren, vandaar de benaming 'Engels college' of 'Engels klooster'. Na de Franse Revolutie zijn de dominicanen naar hun land teruggekeerd. In het klooster te Bornem werden ze vanaf 1833 opgevolgd door de cisterciŽnzers van de opgeheven Sint-Bernardusabdij van Hemiksem, die de gebouwen sindsdien bewonen. Het klooster, waarvan de oorspronkelij-ke gebouwen in de l9de eeuw uitgebreid werden, werd in 1856 tot abdij verheven. De neoclassicistische abdijgebouwen herbergen een artistiek interieur met waardevolle schilderijen en andere kerkschatten. De bi-bliotheek met haar ruim 40.000 boeken is bekend voor haar complete verzameling werken van en over de cisterciŽnzerorde, oude handschrif-ten en wiegedrukken.
3. Een bezoek aan het centrum De Notelaer is een must als je iets meer wil te weten komen over de Schelde en de streek. Dit neoclassicistisch kasteeltje uit 1790 was destijds als zomer- en jachtpaviljoen geÔntegreerd in het domein van het eveneens neoclassicistisch kasteel van Ursel te Hingene. Het leegstaande kasteel van Ursel (in hoefijzervorm) en het park met de Franse tuin zijn nu gemeentedomein en toegankelijk voor het publiek. De kasteelhoeve 'Laathof', een bijgebouw ervan, is nu een jeugdverblijfcentrum.
Het geheimzinnige kasteeltje De Notelaer in de voet van de 8 m hoge Scheldedijk bestaat uit een achtzijdig, tempelachtig voorgebouw met koepel, uitgevend op de Schelde, en een rechthoekige vleugel, uitkijkend over de Scheldepolders. Sinds 1984 is De Notelaer de bestemming voor daguitstappen van zowel individuen als groepen. Het centrum belicht met alleen op een informatief-didactische manier allerlei aspecten van de Schelde, maar ook van de streek. In het omliggende domein werd een landschapsleerpad aangelegd, terwijl groepen in een blokhut hun tocht kunnen voorbereiden. Ontspannen kan in de cafetaria en op het terras. De Notelaer is dagelijks, behalve op vrijdag, open van 14 tot 18 u (in de winter tot 17 0)
4. In de wijk Buitenland duikt een renaissancegrap op: het mysterieuze Reuzenhuis, dat niet thuis lijkt te horen in deze landelijke omgeving. Dit Reuzenhuis, een reconstructie van het Huis der Duitse Ridders, werd na de wereldtentoonstelling van 1894 te Antwerpen afgebroken en hier wederopgebouwd.
5. De site waar nu het Kasteel Marnix van Sint-Aldegonde staat is altijd een strategische plaats geweest, eerst aan de Schelde zelf en na de beddingwijziging aan de Oude Schelde. Allerlei adellijke families hadden hier door de eeuwen heen hun verblijfplaats. Van ongeveer 1000 tot 1888 zag het kasteel er eerder uit als een militaire waterburcht. Tussen
1862 en 1891 werd het slot gemoderniseerd door architect Beyaert (afgebeeld op de bankbiljetten van 100 fr.) en kreeg het een neogotisch, vreedzaam, residentieel karakter. Het kasteel is met zijn aanpalend park privť-domein en kan alleen door groepen bezocht worden. (info: nr. 03/889.21 .05 tussen 10 en 12 u).