Jan Burssens 75 jaar
Huldetentoonstelling in galerij William Wauters te Oosteeklo

Jan Burssens

Op 27 juni wordt Jan Burssens 75. Aan ouder worden is vanzelfsprekend geen verdienste verbonden maar het is wellicht een aanleiding om even bij de boeiende figuur van deze kunstenaar stil te staan. En van de redenen. Een andere goede reden is dat Jan vele jaren nauw betrokken is geweest bij het reilen en zeilen van onze school in de Casierlaan. Zijn oudste zoon, Peter, behoorde – samen trouwens met een andere kunstenaarszoon Stefaan Van Gijsegem – tot de allereerste lichting van het derde kleuterklasje. Jan was een graag geziene gast op de “fund-raising”-evenementen en een bepaald jaar was hij zelfs de gastkok en vergastte iedereen op overheerlijke mosselen. Want Jan kon mosselen koken! De bevoorrechte getuige - de kleuterjuf - die uitgezonden werd om in Gent de zo noodzakelijke verse venkel te gaan opsporen, heeft me jaren later aan dit culinair geheim deelachtig gemaakt. Sindsdien heb ik steeds mosselen la Jan Burssens klaargemaakt. Volgens eigen verklaring van de beneficiaris heeft Jan ook vaak zijn goede vriend (en leerling) Pjeroo Roobjee “van de hongerdood gered” met deze producten van de zee.

Vele van Jan’s schilderijen hebben tijdens de schoolse festiviteiten op het einde van de zestiger jaren de schoolwanden gesierd nog vr ze naar een reguliere tentoonstelling gingen. De iets ouderen onder ons zullen zich stellig nog de indrukwekkende reeks portretten herinneren die - in primeur - op onze school te zien waren, w.o. de portretten van vader en moeder, nonkel Gaston, Marilyn Monroe, Giacometti, de dood van de drie cosmonauten, de president, ... . Jan Burssens heeft een halve eeuw werken tentoongesteld. Dit omvangrijke oeuvre valt moeilijk in kort bestek te duiden, tenzij door te stellen dat Jan doorheen dit werk steeds zichzelf gebleven is, hoe ondankbaar en frustrerend dit soms ook was.

Jan studeerde aan de Academie van Gent waar hij later (1961) aangesteld wordt als titularis van het schilderatelier levend model. Op 21-jarige leeftijd gaat hij de artistieke vernieuwing opsnuiven in Nederland waar hij in contact komt met Bertus Aafjes en met de schilders Karel Appel en Corneille. In 1948 - jaar van de dood van zijn moeder - verblijft Jan een jaar aan zee en schildert hoofdzakelijk marines, duin- en strandlandschappen waarbij hij experimenteert met lakverf, zand, keitjes, schelpen en allerlei andere materialen. Hij ontdekt ook de driptechniek. In 1949 komt hij in Mariakerke wonen. Enkele jaren schildert hij uitsluitend geometrisch-constructivistisch non-figuratief, ver weg nochtans van een koele abstractie mede door de materiaalverwerking. In 1952 sticht hij o.m. samen met Jean Milo, Collignon, Delahaut en Jan Saverys, de groep “Art abstrait”. Hij krijgt voor de tweede maal een eervolle vermelding in de Prijs van de Jonge Belgische Schilderkunst (deze eer valt hem later nog een paar maal te beurt). In 1953 neemt hij deel aan de Biennale van So Paulo. De tweede helft van de vijftiger jaren evolueert zijn werk rond de themata van de menselijke figuur, het paar en het moederschap. Het succes lacht hem toe. Hij heeft een grote invidivuele tentoonstelling in het Paleis voor Schone Kunsten, wordt bekroond met de Prijs Jeanne Pipijn van de Stad Gent, heeft nauwe contacten met Karel Geirlandt en behoort tot de medestichters van de Vereniging van het Museum van Hedendaagse Kunst. In 1958 wordt hij geselecteerd voor de 29e Biennale van Veneti en de internationale Guggenheim-prijs te New York. Met een Unesco studiebeurs verblijft hij een aantal maanden in New York waar hij werk van Jack Pollock leert kennen en contacten heeft met kunstenaars zoals Rothko, Kline, Nevelson, Lippold, Ferber, Motherwell, e.a.. Dit verblijf heeft een grote invloed op hem. In 1959 neemt hij deel aan de Biennale van Tokyo en aan Documenta II in Kassel. In de komende jaren komen er barokke, exuberante, kleurrijke doeken waarin donkergroen, rood en vooral onvoorstelbaar sublieme blauwen de hoofdtonen vormen. Hij neemt deel aan de tentoonstelling “Contemporary Painting in Belgium” die in de USA rondreist naar Washington, Denver, San Fransisco, Los Angeles en St. Louis. In 1964 participeert hij ook in de belangrijke tentoonstelling “Figuratie en Defiguratie” in het Museum voor Schone Kunsten te Gent.

De tweede helft van de zestiger jaren luidt een somberder periode in. Andermaal een pijnlijk verlies, met name het overlijden van nonkel Gaston met wie hij een zeer sterke binding had. Maar daarnaast komt de artistieke ontgoocheling. Het succes van de pop-art en de nieuwe figuratie geeft hem het gevoel in de steek gelaten te zijn. Hij weigert mee te lopen en zich in de nieuwe modieuze trends in te passen. In de jaren die volgen stelt hij weinig tentoon maar werkt des te harder. Na zijn vroegere periode –die we gemakshalve als lyrisch-abstract kunnen bestempelen- volgt een periode waarin hij op een pakkende wijze zijn innerlijke strijd, zijn emoties, twijfels, razernij en frustraties doorheen een reeks portretten tot expressie brengt. Karel Geirlandt noemde het momenten van zelfinkeer. Het meest van al is de uitspraak van Jan zlf -dat hij “een schilder van de binnenkant” is- op deze portretten van toepassing. Ze vertellen evenveel over de kunstenaar als over de geportretteerde. Zij geven expressie aan de reacties van Jan over het gebeuren rondom hem, zijn sociaal engagement, zijn afkeer tegen racisme en tegen de consumptiemaatschappij. Het zijn pareltjes. Ook honden werden door Jan getekend maar ook daarin zien we innerlijke conflicten en verscheurdheid tot uiting komen.

In 1972 huwt hij “Boy” Haerden. Met haar zal hij later ook een aantal gezamenlijke werken maken (verliefdheid of een knipoog naar de grote Cobra-traditie?). In 1976 ontving Jan de eerste Driejaarlijkse Cultuurprijs van de Stad Gent. Tevens wordt een grote overzichtstentoonstelling georganiseerd in het Museum voor Hedendaagse Kunst te Gent. Ook de provincie Antwerpen zal hem later lauweren. Jan is altijd blijven doorwerken, soms vechtend tegen depressieve toestanden. Maar opgeven, nooit. Wel werden de latere jaren de formaten wat kleiner, het tekenen bleef belangrijk.

De laatste jaren zagen we toch regelmatig zijn werk terug o.m. in de Galerij van William Wauters te Oosteeklo waar op vrijdag 23 juni een hommage-tentoonstelling geopend wordt naar aanleiding van zijn 75 jaar. Jan had er trouwens zopas een tentoonstelling van eigen werk. De tentoonstelling brengt via werk van niet minder dan 26 goede vrienden een hommage aan Jan. De werken worden ondergebracht in de galerij zelf en in het prachtige bos rondom de galerij. Onder de aanwezige kunstenaars alleszins een pleiade van bekende namen. William Wauters brengt volgende vrienden-kunstenaars samen: Balder, Bart Baele, Wim Biewenga, Jean Bilquin, Francky Cane, Mario De Brabandere, Jan Deconynck, Mark Cloet, Enk De Kramer, Etienne Desmet, Carmen Dionyse, Andr Honnay, Theo Kuypers, Frans Labath, Lismonde, Marc Mendelson, Roger Raveel, Pjeroo Robjee, Yvan Theys, Camiel Van Breedam, Hans Vandekerckhove, Dirk Vandereecken, Servi van Grinsven, Christian Verhelst, Paul Van Gijsegem en Hilde Van Sumere. Een bezoek aan de galerij, in een oase van rust, kan ten zeerste aanbevolen worden. We wensen alvast Jan en “Boy” nog veel creatieve jaren toe.

n Emile Vanlommel

OVM home