Inhoud | Vorige | Volgende | Deze site is verouderd, recentere informatie vind je op www.eurekaonderwijs.be

Eureka LEERPROBLEMEN


De term "leerproblemen" is een globale noemer voor problemen in verband met de verwerking van de leerstof. Het begrip omvat verschillende deelproblemen. Deze komen dikwijls in combinatie voor, wat de behandeling niet altijd gemakkelijk maakt.
Bij goedbegaafde leerlingen komt het falen op school hard aan. Hun omgeving en zijzelf stellen hoge verwachtingen. Het niet beantwoorden aan die verwachtingen is oorzaak van faalangst en psychosociale moeilijkheden.

Dyslexie

Leerlingen met dyslexie vertonen opvallende en blijvende moeilijkheden met lezen en met spelling en dit ondanks een goed onderwijs, normale economische, sociale en emotionele omstandigheden en zonder dat er sprake is van een duidelijke handicap.
Als goed begaafde leerlingen dyslectisch zijn ondervinden zij veel onbegrip in hun omgeving. De fouten die zij maken lijken op verstrooidheidsfouten die gemakkelijk te vermijden waren bv. 'kineren' in plaats van 'kinderen' schrijven. Zij lezen hun vragen dikwijls verkeerd en antwoorden dan ook fout of onvolledig. In vreemde talen geeft dit heel wat problemen. Daarom leren de leerlingen vanaf het eerste jaar secundair onderwijs Engels. In het lager onderwijs krijgt het Frans als eerste vreemde taal veel aandacht. De taallessen worden indien nodig ondersteund door logopedie.

Dysorthografie

Men spreekt van dysorthografie als leerlingen opvallende spellingmoeilijkheden vertonen en bovendien ook een gestoord handschrift hebben. Het geschrift is dan moeilijk leesbaar, ongeordend en slordig. Leerkrachten moeten dan extra moeite doen om toetsen en taken te lezen. Het gebeurt regelmatig dat goede antwoorden of goede opstellen slecht worden gequoteerd omwille van de slechte leesbaarheid ervan.

Dyscalculie

Men spreekt van dyscalculie als leerlingen blijvende en opvallende moeilijkheden hebben met rekenvaardigheden en wiskunde en dit ondanks een normale intelligentie. Deze leerlingen kunnen moeilijkheden hebben met het begrijpen van de wiskunde, maar de moeilijkheden kunnen zich ook uiten in opvallend veel rekenfouten zonder gemis aan begrip.

Aandachtsstoornissen (ADD)

Kinderen die ondanks een adequaat sociaal en emotioneel milieu en los van handicaps niet in staat zijn hun aandacht bij hun taak te houden gedurende een beperkte tijd, noemt men aandachtsgestoord.
Als deze kinderen goed begaafd zijn slagen zij erin op school een deel van de noodzakelijke informatie en kennis op te doen. Na enkele jaren onderwijs hebben zij wel ernstige hiaten in hun basiskennis. Een voorbeeld hiervan is de onvoldoende beheersing van de tafels welke noodzakelijk zijn voor een vlotte uitvoering van cijfertechnieken, breuken, procenten en verhoudingen.
Deze leerlingen behalen wisselende resultaten op school. Deze wisselende resultaten roepen heel wat wrevels op zowel bij ouders als bij leerkrachten omdat zij aantonen dat de leerlingen de leerstof begrijpen. Het wekt de sterke indruk dat deze kinderen niet gemotiveerd of zelfs onwillig zijn.
Deze leerlingen kunnen erg storend zijn in de klas. Zij zitten voortdurend te prutsen, zij zijn afgeleid, zij werken niet door en vragen heel veel extra aandacht van de leerkracht.

Hyperactiviteit

Een aantal leerlingen zijn overbeweeglijk. Men noemt ze ook wel hyperkinetisch. Deze leerlingen zitten zelden of nooit stil en storen het klasge-beuren. In de meeste gevallen gaat hyperactiviteit samen met aandachtsstoornissen (AD-HD syndroom).
Het zijn leerlingen die gemakkelijk straf krijgen en zelfs van school worden gestuurd. Zij verliezen veel punten omdat zij zelden in orde zijn met hun taken. Door hun gebrek aan structuur verliezen zij taken en nota's en integreren zij niet wat van hen wordt verwacht.

Non Verbal Learning Disorder (NLD)

Deze leerlingen presteren vlot op verbaal gebied en hebben geen opvallende dysorthografische moeilijkheden. Ze falen echter waar ze regels en structuren moeten toepassen en hebben heel wat moeite met de complexe sociale regels.

Goedbegaafde leerlingen met beperkte sociale vaardigheden.

Leerlingen met hoge begaafdheid kunnen op sociaal vlak weinig flexibel zijn en moeite hebben om zich aan groepsregels en normen aan te passen.


 top | Volgende