grote intellectuele nieuwsgierigheid : het 'hoe' en
'waarom willen kennen; soms leidt dit tot
hyperkritisch zijn : voortdurend argumenteren en altijd
vragen naar het 'waarom'
zeer goed redeneervermogen : kunnen omgaan met abstracte
concepten; vertrekkende vanuit specifieke feiten
verbanden tussen gebeurtenissen opmerken; daardoor
soms zeer vlug inconsistenties opmerken en redeneerfouten
of foutieve informatie aanduiden
uitgebreide woordenschat, verbaal iets goed kunnen
uitleggen; soms echter niet vaardig om een goed en
net geschreven werk af te leveren
gerichte en precieze observatie wanneer men geboeid is; soms
echter ook rusteloos, onaandachtig en dagdromen
divergent denken : tendens om te zoeken naar andere
manieren om problemen op te lossen; soms leidt dit
tot het niet gewillig zijn in het volgen van instructies
: men verkiest zijn eigen manier om dingen te doen
initiatief nemen, voorkeur voor zelfstandig werken; soms
weigert men deel te nemen aan groepstaken en is men niet
coöperatief
ongewoon hoge persoonlijke normen; frustratie als men
daaraan niet kan beantwoorden (perfectionistische
benadering); soms faalangstig.
gevoelig en gespannen gedrag : vlug reageren op
afwijzing, gemakkelijk gefrustreerd zijn
ruim bereik van interesses : vele gebieden en onderwerpen
boeiend vinden; hobby's die soms ongewoon zijn en die
gevolgd worden met groot enthousiasme; soms te
wisselend in interesse
uitgebreide kennis en vaardigheid binnen een bepaald
domein
bezig zijn met onderwerpen van eerder filosofische aard,
zoals de betekenis van het leven, het concept van ruimte,
...