moeilijkheden bij het leren lezen en schrijven van
vreemde talen hoewel het mondelinge taalgebruik na een
tijdje zeer goed kan zijn
veel moeite om inzicht te krijgen in de spraakkunst
(namen van de tijden, vorming van de tijden, toepassen
van spraakkunstregels) maar vrij goed woordbeeld
heel zwak woordbeeld en goed inzicht in spraakkunst
veel aandacht nodig hebben van volwassenen (storend in de
klas en thuis)
heel teruggetrokken leven, angst hebben voor sociale
contacten
Elke normale leerling zal wel op een aantal van deze punten
moeite hebben. Vermoeidheid, zenuwachtigheid, examenangst, ...
spelen ook een rol. We spreken pas van leerproblemen als er een
reëel basisprobleem is. De graad van dyslexie of
aandachtsstoornissen wordt mee bepaald door het aantal kleine
moeilijkheden die de jongere bovenop zijn basisprobleem heeft.
Al deze moeilijkheden komen gelukkig niet bij iedereen met
leerproblemen voor. Elke jongere met leermoeilijkheden heeft zijn
eigen sterke en zwakke kanten. In de begeleiding komt het erop
aan gebruik te maken van de sterke kanten en de zwakke punten
tijdig te herkennen zodat de gevolgen ervan beperkt blijven. Het
kennen en herkennen van deze grote en kleine problemen door
ouders en leerkrachten is een eerste stap tot adequate hulp.