Deze pagina is gewijd aan de restauratie van een X4, een zwaardbootje van Franse makelij,
en nog wat andere bootjes.




We schrijven begin juni 2005 als het verhaal begint.
In de zeilclub, waar ik lid ben, komt me ter ore dat een van de trouwe zeilers zijn bootje van de hand doet vanwege de mastvoet gebroken. Laat dat nu net het bootje zijn waar ik iedere zomer bij licht weer vanuit mijn eigen boot naar kijk, denkende: hij zeilt, ik dobber.
Nu zijn er op zijn minst nog 50 andere bootjes waarvan ik dit zou kunnen denken, maar nee, enkel dat bootje vervult me van enige afgunst.
In de marge van dit verhaal dient u te weten dat ik eigenlijk een liefhebber ben van klassieke houten boten(-tjes), en dat polyester artikelen bij mij nauwelijks interesse wekken. De boot moet weg, de eigenaar heeft inmiddels een tweedehandse OK-jol gekocht, en ligt nu met twee boten in de berging. Bovendien is hij volkomen in de onmogelijkheid om te herstellen: Geen plaats, geen tijd, geen ervaring, en verzekerst ook geen goesting. Vooruit ik koop hem: Wel plaats, beetje tijd, beetje ervaring, veel goesting. Terwijl we het kleinnood op mijn trailer hijsen schiet me er nog een vraag te binnen: "Wat is dit voor een type boot eigenlijk?". een X4 zegt hij, ge moet maar eens zien op het internet.
Ik moet U er niet van overtuigen dat ik nog nooit van een X4 had gehoord zeker?
Het internet dus, alwaar ik een rondje X4 zoeken heb gedaan inmiddels, en uiteindelijk is de meeste info, zoniet alle, te vinden op x4boat.free.fr .
Het bootje is nog het beste te vergelijken met een standaard Laser, maar ik heb de indruk dat de Franse Lasergemeenschap de eigen Nationale X4 beschouwen als een minderwaardig surrogaat. 'Vraag me af of dat in Belgie en Nederland ook zo is? Maar goed, over tot de orde van de dag. De herstelling (Of wordt het de restauratie?)
Deel 1 De kennismaking
Het roer

is een alu gietstuk dat gecoat is in een dikke laag kunststof. Die kunststof begint na jaren los te komen en ik vraag me af of ik er verstandig aan doe om dat huidje er maar meteen helemaal van af te pellen.
Het roerblad dat er in scharniert ziet er gebruikt uit, maar kan zeker nog dienen. Dat wordt een avondje schuren en epoxien.

Ah een zwaard,geen vreemd voorwerp. Onze zeilclub bevind zich aan lagerwal, waar zich alle drijvende spullen -doorgaans afval-verzamelen. Waaronder zwaarden. Van wie zijn ze? hoe komen ze in't water terecht? vindt hun eigenaar ze terug?... een reportage!
Dit zwaard is OK, 'vraag me enkel af hoe het op zijn plaats blijft zitten in de zwaardkast. De mast.


Hela, heb ik me daar een verschot opgedaan toen ik de twee delen in elkaar schoof en het op verticale wijze presenteerde. Dat is lang! Ik ben het nu al vijf jaar gewoon om naar mijn 3,5meter lange lucifer te staren in mijn houten Sharpie, de Bertha, maar hier komt er zowat nog twee meter materiaal bovenop. Djeeses, wat voor een zeil moet daaraan?, en zal ik met mijn 68 kilo wel kunnen vertrekken in dit licht boterhammendoosje? Weetniet, zien wel.
Kijk op deze plek zitten er vier alu popnagels,

of wat er van overblijft, maar in de buis moet er op die plek toch een stopperplaatje gezeten hebben?! Niet het grootste probleem: nieuw plaatje zagen en erin poppen.

De giek zit aan de mast met pen- en gleufverbinding, die scharniert rond een asje. In mijn geval een M8 RVS bout, geborgd door de moer. Ok, brut gedacht, maar als het werkt ga ik er niet meteen verandering in brengen.
Tjens, waarom zit er tape op de plaats van de naad met het gietstuk en de giek? Voorlopig niet beroeren, de belangerijkste dingen eerst.

Dit artikel is de giekneerhouder. Ziet er behoorlijk gesofistikeerd en aanpasbaar uit, beetje te zou ik zeggen, maar laat ik me maar inhouden met commentaar tot ik er het fijne van begrijp.


De Romp
Mooi is ie, lekker grote kuip, vreemd verhoogje ter hoogte van de zwaardkast, groot voordek, het lijkt wel zoiets waarop twee meiden kunnen liggen zonnen terwijl je met de boot's neus omhoog grote witte golven scheurt door het water.

In de spiegel zit er aan bakboord een rond gat waarin een jokaribal met touwtje moet gespannen worden. Vast om niet vol te lopen en los om water te lozen aan de kant. Er heeft oot een zelflozer in de bodem gezeten, maar een van de vorige eigenaars heeft die weggehaald, en de opening dichtgemaakt.
En dan nu met enige schroom naar het grootste euvel: de uitgebroken mastvoet.
Volgens het commentaar op het forum van de X4 is dit een redelijke ramp. Anderzijds wordt er verwezen naar een artikel in de site van de Franse Laserclub, dat het repareren van een gebroken mastvoet behandelt. De auteur die in zijn tekst niet hoog oploopt met X4-en, stelt voor om aan weerszijden van het mastgat twee ronde gaten te zagen in het dek,om op die manier toegang te krijgen tot het binnenwerk van de romp. De gaten worden dan later dichtgemaakt met twee inspectieluikjes.
Een andere methode die ik op het net vond, en ŽŽn die me zelf ook spontaan te binnen schoot, is een groot vierkant van 40 bij 40cm uitzagen uit het dek, en die er dan later met gerepareerde mastvoet weer in te lijmen. Volledige kits zijn voor Lasers verkrijgbaar. Stuk dek met voorgemonteerde mastvoet. Immers, volgens de auteur breekt er een groot deel dek open bij het breken van de mastvoet.
Nu weet ik niet of de Fransen in het ontwerp van de X4 romp daar bewust hebben rekening mee gehouden, maar de dekplaat van de boot rond de zone van het mastgat is behoorlijk versterkt met hele lagen glasvezel, terwijl de verbinding met de mastvoet in feite niet echt zoveel voorstelt. En eigenlijk is daar wat voor te zeggen, de mast belast onder winddruk niet de buis van de mastvoet, maar het dek (en de kiel uiteraard). Als nu de bevestiging onderaan de kiel het laat afweten, dan zal de zaak eenvoudigweg afbreken ter hoogte van de hals van de mastvoet, precies zoals dat gebeurd is met mijn boot.
De keuze voor de reparatie met de twee dekgaten was in dat opzicht de beste: er is geen schade aan het dek en de bestaande mastvoet kan na reparatie hergebruikt worden. Bovendien is er de zekerheid en gemak van werken om de voet er weer mooi recht in te krijgen, wat met het inlijmstuk met voorgemonteerde voet een preciesiewerk of een gok is.
Genoeg nagedacht, aan de slag. Eerst de mastvoet die er nog aan bungelde met enkele vezels helemaal los gepeutert. Klonk, daar ging ie de romp in.
Gaten zagen, hoe groot mijnheer? Even naar de zeilhandel inspectieluikjes halen, k'ben zo terug. De luikjes hebben ze niet op voorraad, maar er zijn er twee besteld met een zaagdiameter van 138mm.
Zagen maar, de afstand tussen de centers van de twee zaaggaten houden op minimuum 600mm. Bij een kortere afstand, die welliswaar makkelijker is voor de toegankelijkheid, zaag je een deel van de onderste dekversterking rond het mastgat weg.

Voila, gaten gezaagd, cameratje erbij; Opgelet, niet voor gevoelige kijkers: zo ziet een X4 eruit aan de binnenkant als je hem openmaakt na pakweg 25 jaar.


We herkennen respectievelijk: twee geschuimde polystyreen balken die los rondzwerven in de romp-ŽŽn ervan zit nog in zijn plastic zakje, de andere heeft er zich inmiddels van ontdaan. Tevens zien we het puin van wat ooit een mastvoetverankering geweest is, en verassing: een houten glasvezelversterkte kielbalk, plaatselijk uitgehaald om er de mastvoet in te laten passen.
Bweerk, laat ik dit zootje maar een keer onwaarschijnlijk grondig reinigen en ontdoen van overtollig bouwpuin.

Kijk, dit ziet er al ordelijker uit. Vooraleerst ik deze zaak weer overspoel met epoxy heb ik er gedurende drie dagen een 40Watt lampje opgezet, om de zaak volledig uit te drogen. Vooral het kielbalkje, wat uit tropisch hout is vervaardigd en tot mijn verbazing nog volledig gezond is, wil ik daarmee vrijwaren voor vroegtijdig rot.
De hint van Tony
Toen ik eeder op het jaar mijn intenties aan de skipper van onze Club uit de doeken deed, en hij daarop zijn visie gaf zei hij me iets wat van groot belang was:"Ge moet opletten met boten, die gedragen zich als levende beesten"
Waarmee hij wilde zeggen dat je dat zaken moet vastzetten waar het hoort en ze de beweging laten waar ze he nodig hebben.
Daarom liet ik mijn eerste idee om de mastvoetverankering te maken met 18mm multiplex ribben(stijl kerstboomvoet) grondig verlijmd aan de binnenkant van de romp maar varen. Dit zou het dunne pelletje polyester wat de romp maar is, plaatselijk verstuggen en dat moet gaan kraken onder waterdruk.
De mastvoetverankering heb ik opgevat als een fietswiel, het grootste deel van de krachten wordt opgevangen door de trekweerstand van de constructie, en een kleiner deel door drukweerstand. Het ziet er een beetje uit als een holle boomwortel die op de binnenkant van de romp geplakt zit en die de romp toelaat om nog mee te geven.
Daarvoor neme men een stuk isolatieschuim, zaagt dat in de gewenste vorm, schuurt en snijd het wat bij volgens inspiratie van het moment, en verlijme het met dubbelzijdig kleefband op de binnenzijde van de romp rond de inmiddels weer "droog" gemonteerde mastvoet.


Die mastvoet is ondertussen wel weer grondig dichtgemaakt met de nodige lagen gasvezelverstekte epoxy.
Op het gevaar af dat dit verhaal saai wordt wil ik er u nog op wijzen dat er wel degelijk millimetersgewijs moet gemeten worden alvorens de mastvoetbuis te herstellen. Het is zaak om hem na de reparatie weer passend tussen het dek en het kielhout te monteren...En laat je niet verleiden door 10gr epoxy te gieten in de mastvoet in een poging om hem definitief slijtvast en waterdicht te krijgen. De binnenkant van de buis wordt te ondiep, en de mast zal door het grotere krachtenmoment dreigen weg te breken door de mastvoetwand heen.
Bij het hermonteren van de mastvoet is het uiteraard aangewezen om de breuklijn van de kraag te cementeren met een afgemeten portie dikke epoxy-pasta. Al ware het enkel voor de waterdichtheid van het latere resultaat. Maar niet te kwistig met deze pindakaas, iedere smeer en druppel die nu inde mastvoetbuis sukkelt, krijg je er meteen moeilijk, en later onmogelijk weer uit.
Dan is het nu nog zaak om de mastvoetverankeing daadwerkelijk te realiseren door over de buis en de schuimvoeten meerdere lagen van glasvezel-epoxy(ik gebruikte 280gr/m2)te leggen, uiteraard rekening houdende met de richting van de vezel. Dit gekleider op je buik met je twee armen in de gaten vraagt een tijdelijke zelfverloochening, en als u niet vertrouwd bent met zelfkastijding zelfs enige voorbereiding.
Men bereide voor:
-Een tapijt van 80 bij 80cm met de uitgesneden gaten, dat beschermt de boot en het is zachter om op te liggen. Voor diegenen die eigenlijk te stom zij om hooi te eten: Plak dat vast met plakband aan het dek.
-Voor de langharigen onder u: Doet uw haar in Pipi Langkous stijl met de vlechten naar achter. Bij het epoxy kleideren op uw buik in een gat riskeert u anders dagen vast te zitten met uw tooi innig verbonden aan het dek.
-Lampje van niet meer dan 40Watt, dat een klieder lijm kan hebben. Niet meer dan 40 of het wordt te heet onderdeks en de poxy polymerizeert te rap, of ge verblind uzelf de hele tijd. We kunnen het proberen te ontkennen maar wat dat betreft verschillen we niet veel van de motten of de muggen, we zijn geprogrameerd om in de lamp te kijken.
-Een spiegeltje om hier en daar in de romp te leggen. Kwestie van te zien wat je doet. Niet iedere positie is visueel vanuit de twee rompgaten. Bedenk ook dat in minstens ŽŽn van de twee gaten reeds een arm zit en dat je niet meer moet rekenen op de opening van het mastgat, daar zit de mastvoet-buis weer. Life sukcs.
En dit is mijn resultaat na meedere kleiderbeurten. De praktijk zal nog moeten uitwijzen of het OK is. Volgt nu nog de verbinding van de mastvoetbuishals met de onderkant van het dek.
De auteur van het Laser-reparatie artikel schrijft voor om de boot daarvoor ondersteboven aan een plafond op te hangen, maar dat leek me een te bewerkelijke oplossing. Het kan best zonder dat te doen en de boot te laten liggen zoals ie ligt. Het is kwestie van eerst een achttal strookjes glas van ca. 6 bij 15cm radiaal aan te brengen tussen buis en dek, en in een tweede fase de stroken rond de buis nog eens diagonaal te verenigen met een lint glas.
Ziezo, de kern van de operatie is achter de rug.


Nu kan de boel afgerond worden door de inspectieluikjes te monteren... Ware het niet dat Plastimo ze niet kon leveren binnen de gestelde termijn bij Marina Sail Center te Oostende. Hoedt U voor beiden, de combinatie is niet dienstig.
Na enkele weken waren ze er, en kon het dek afgewerkt worden.


En dan maar zeilen zeker?
Wel om eerlijk te zijn is het de eerste dag er niet van gekomen. Ik stond daar in miezerig weer te kijken naar de plas met mijn zeilraket opgetuigd in de aanslag op een geleend strandkarretje van een Lasertje. Maar mijn kledij was er niet naar, dus maar aftuigen weer.
Het water op voor de eerste keer
De PVC beugel van de strandkar(van een verweesde Laser) is doormiden en het te water laten is erg omslachtig. K'zal zelf een karretje moeten maken. Mooi rustig weer, niet te veel volk op de spuikom, de ideale omstandigheden om voor de eerste keer met de X4 te zeilen.
Wow, wat een verschil met mijn 14voet 120 Kg wegende Bertha voorzien van 4,5m2 zeiltje. Er staat omzeggens geen wind en binnen de kortste keren zit ik op 100 meter van de steiger. De volgende dag is er al wat meer wind, en ik ervaar dat deze boot echt wel voor de meer sportieve en gevorderde zeilers is. Vooral de gevoeligheid waarmee de boot reageert op allerlei veranderingen zoals een beetje zeil vieren, koers corrigeren, windstootjes (- en stoten!).
Dit is echt geen vergelijk met mijn Berta, waarin je lekker kan zitten ontspannen. Het gebeurt dan ook vaak tijdens de eerste keren dat het erg snel gaat en dat ik denk dat dit eigenlijk niets voor mij is. Uithangen, willen of niet, snelheden op het water waarbij ik steeds maar hoop dat niets anders mijn koers kruist, en nat, alles is nat vooral ikzelf. Watersport Mijnheer. Omdat ik in mijn zevejarige zeil"carriere" nog nooit gekapseisd ben lijkt het me nu met dit apparaat wel eens tijd om dat te oefenen. Het omslaan zelf vraagt weinig inspanning, even scherp overstag, blijven zitten en plof daar ligt ie op zijn zij. Op het zwaard klimmen en rechthalen is behoorlijk te doen, de X4 ligt hoog uit het water op zijn zij, en komt gewillig terug. Maar het weer aan boord klauteren is een ander verhaal. het lijkt wel Spel zonder Grenzen waarbij je op een stuk zeep moet klimmen. Enige mogelijkheid blijkt het beetpakken van de schoot en je dan op lauter armkracht naar binnen hijsen.
In de loop van de zomer 2005 krijg ik wat meer de smaak te pakken en begin ik de andere wedstrijdzeilers te verstaan in hun onstilbare honger naar meer wind. Overigens, bij zwakke wind is het zeilen met dit soort boten een meer frustrerende zaak als met een niet sportieve boot.
De derde clubwedstrijd begint in een miezerige regen en met een vrij strakke wind, die na verloop van tijd even omslaat in een zomerstormpje. De meeste deelnemers blijven doordoen, en naderhand blijkt iedereen er ten volle van genoten te hebben en is er geen schade aan de boten. Ook niet aan de mijne -> operatie mastvoet= succes.
Gedurende zomer 2006 heb ik de X4 slechts vijf, zes keer op het water gelegd, deels door een toenemende hinder van mijn nekwervel-geval. Toch wilde ik het enthousiasme van mijn neefje (1,9 meter neefje) die dolgraag een keer wilde zeilen niet fnuiken, en zijn we in de nazomer een keer op het water gegaan met zijn tweeen in de boot terwijl er een strakke wind stond. En dat zal ie niet snel vergeten en ik ook niet. Als je met zijn tweeen kan uithangen in dit ding bij strakke wind gaat ie aslsof er een buitenboord op zit.



Een Minisail!


Een paar vrienden uit de club hebben een Topper in de tuin liggen die er al een paar jaar rondslingert vanwege een... gebroken mastvoet. Zogewenst mag ik hem hebben. Graag, dank U! Als ik het ga ophalen valt het me op dat ie wel wat lijkt op een Topper, maar anderzijds ook afwijkt doordat het een Polyester romp is (een Topper is in PP) en de schikking middenscheeps anders is. Na wat opzoekwerk lijkt het een Minisail te zijn. De voorloper van de Topper, ontworpen door dezelfde architect Ian Proctor.
Deze Minisail is vermoedelijk van bouwjaar 70-75 en is er slecht aan toe. Het opmaken zal me vermoedelijk meer geld en tijd kosten dan het opsporen van een betere, maar toch besluit ik eraan te beginnen. De romp is op verschillende platsen gebarsten en het voordek is deels vernield door het wegrotten van een klungelige reparatie van de mastvoet. Het bijhorende tuig is erg afgeleefd en niet meer compleet.
Dat wordt investeren, aldus moet de X4 verkocht worden.
Nadat er een vierkant gat is gezaagd in het voordek is de binnenkant lekker toegankelijk. De scheur in de romp ter hoogte van de zwaardkast is vermoedelijk ontstaan door het bootje jaren op zijn buik te leggen. De boot rust net op de plaats waar de knik in de romp het minst uitgesproken en dus het zwakst is. Vandaar dat ik niet enkel de scheur heb gerepareerd, maar ook de romp versterkt, en voorzien van een paar slijtlatten aan de buitenkant.
De eigenlijke mastvoet heb ik vervaardigd uit een blokje Azobe (tropisch hout). Dat spul mag jaren in't zeewater liggen: het rot niet. Het dek heb ik versterkt met een gebogen kader uit eikenhout. De nieuwe mastvoetbuis is geheel gemaakt van glasvezel, epoxy-gebonden. Daarvoor heb ik als basis een kartonnen buis genomen die ik eerst omwikkelde met siliconenpapier. Vervolgens 10 x omwikkeld met epoxy gedrenkt glasvezelweefsel van 180gr/m2. Na het harden heb ik het geheel een nachtje laten weken in water. Daarna kon ik er de kartonnen buis makkelijk uitpellen. Het gebogen luik om het dek te dichten is vervaardigd uit 8mm multiplex, dat aan een kant is ingezaagd met paralelle sleuven. Het plaatje van 0,5 - 0,5m liet zich nu gecontroleerd buigen, en de buiging is geborgd door ook hier weer wat lagen glasvezel op te lijmen met epoxy. Deze klus heb ik twee keer moeten doen: De buiging in mijn eerste exemplaar was te groot. Met de masvoet gefixeerd in de romp kon ik de mastvoetbuis perfect plaatsen tussen dek (-luikje) en romp. De buis werd met epoxy-pasta ge-fillet aan de onderkant van het luik, in de romp geplaatst, en de volgende dag, na uitharding, had ik een perfect passend setje dekplaat-mastvoetbuis. Dit geheel heb ik daarna nog voorzien van een kerstboom-voet a la X4 (zie hierboven) en alles wat volgt was gewone afwerking. Voor de bedding van het luik in het dek-kader heb ik gekozen voor polyurethaan-pasta (Tectane van Den Braven Sealants). Mastvoetbuis en mastvoet heb ik niet gelijmd, die kan toch geen kant meer op, en dat scheelt een hoop ellende als het dek later nog een keer open moet. Omdat de zomer inmiddels halfweg was had ik zin om er eindelijk mee te zeilen, en er niet langer aan te klussen. Dus heb ik de boel voor dit jaar provisorisch geverfd met huis-tuin en keuken lak, en kon ik het water op. Toegegeven, het is geen zicht, maar ik wilde niet langer wachten. De eerste keer dat ik ermee aan de waterkant sta is het windkracht vijf, met stoten. Niet echt wat ik hoopte, en de meesten twijfelen ook of het wel verstandig is om nu op het water te gaan. Hopla, het water in. Hola, deze gele polyester sigaar gaat wel heel gemeen te keer als ik mijn eerste drie rakken door de branding moet opkruisen. Dat opkruisen valt helemaal niet mee, ik heb de indruk dat dit niet het sterkste punt is van een Minisail. Maar als ik dan op de plas gekomen ben waar de deining wat minder is, en heen en weer ruime rakken kan varen, komt dit bootje pas goed in zijn element. Planeertijd, en hoe! Vrij spectaculair als je zo goed als met je kont in het water zit, het water je overal langs je oren spat, soms een regenboog voor de boeg. Bij plots opkomende windrukken heb ik het gevoel vooruitgetrokken te worden door een accelererende speedboot. Een geluk dat er niet veel volk op de plas zit, want echt veel navigatie komt er niet aan te pas. Bij de eerste clubwedstrijd kan ik de boot meten met andere. Wel het is simpel: hij kan niet mee. Zal heel veel te maken hebben met het inferieure zeil-oppervlak, maar zeker even veel met mijn miserabele capaciteiten als wedstrijdzeiler (start missen, stilvallen bij het boeien ronden, schoot uithand laten schieten, roerstokverlenger in't water laten slepen etc... Komt nog wel een keer goed. Denk ik.

Toppertje

Bij het rondstruinen op het Internet stoot ik voorjaar 2007 op een afgeleefde Topper nog goed voor de onderdelen. Die blijken inderdaad nog goed te zijn, dus neem ik het handeltje over. De romp is vooraan gescheurd provisorisch dichtgemaakt en volgeschuimd, verweerd van het zonlicht en bekrast door verwaarlozing. Goed voor t'containerpark maar niet voor ik er een laatste keer mee gezeild heb.


En dat valt nog geweldig mee. Deze drijvende pedaalemmer ziet er niet uit, maar gedraagd zich behoorlijk op het water. Er staat wind 2 tot 4, en bij wijlen schiet het goed op. Wel merk ik dat ie niet aan't planeren gaat, en dat het klappen in de golven zompig aanvoelt. een beetje het gevoel en het geluid alsof je met een houten stok op een volle plastic emmer slaat. een vreemde gewaarwording als je de X4 gewoon bent, die is hard en onverbiddelijk. Na een tweetal uren stop ik ermee, k'zit te rillen van de kou, want een natte bezigheid is dat wel zo'n topper - eigenlijk niet meer dan een dikke surfplank.
Niet meteen voor het containerpark dus. Uitstel van executie tot de Minisail klaar is.
Wat ik in ieder geval ga doen is experimenteren met de romp. Zaken zoals krassen verwijderen uit een Polypropyleen romp met een heteluchtblazer doe je niet zonder slag of stoot met een goeie boot. Ook het dichten van Polypropyleen met Sicaflex ga ik een keer proberen op dit exemplaar. Toch maak ik me geen illusies over het dicht krijgen van de neus, die is toegestopt geweest met een hele tube silicone. Een keer dat die rommel is in contact geweest met een materiaal hecht er volledig niets en nooit meer wat aan.

Tabur 320

(deze link leidt je naar mijn Tabur pagina, ooit) Zomer, Vacantie, joehee, we gaan op verlof. Met de famillie naar Bretagne. Geen klagen hoor, maar gaandeweg neem ik me tijdens die vacantie voor om nooit meer ergens heen te gaan voor langere tijd zonder dat ik zelf een bootje mee heb. Niets zo frustrerend om als zeiler op de kant te staan kijken hoe anderen zeilen. Bovendien wil ik mijn zoontje die nu tien jaar is warm krijgen voor het zeilen. Hoe kan ik dat beter doen door hem een boot aan te bieden. Het type waar mijn oog is op gevallen is de Tabur 320. Het is een ontwerp uit begin de jaren 70, vervaardigd door de Franse firma Tabur Marine (Vannes Bretagne), een firma die eind jaren 70 werd overgenomen door BIC Sports. Bic is er meteen beginnen surfplanken produceren, en de Tabur 320 viel reeds snel weg van het menu. De romp van de Tabur 320 is volledig vervaardigd uit thermoplastisch kunststof (polyethyleen voor de binnen- en buitenschaal van de romp, ABS voor het zwarte boegdek). Onzinkbaar door de ingesloten lucht tussen de beide rompdelen. Zwaard en roer zijn van hetzelfde spul, en moeten voor gebruik eerst gevuld worden met water of zand. Het alu mastje met integrale zeil-rail is verstaagd, want het bootje kan gevaren worden met een fok. Zonder fok zou de verstaging achterwege gelaten kunnen worden, zo zegt men, maar als ik dat alu sprietje bekijk heb ik daar mijn twijfels over. Het zal wel een gerucht zijn dat is verspreid door lieden die na jaren op één of andere manier hun verstaging (en fokje) gewoon niet meer hebben. De giek, tevens alu met geintegreerde rail, past met een lummel op de mast. Het geheel weegt 45 kg, is 3,2 -1,3 meter groot en heeft een zeil van 5,2m2. De nationale Franse zeilfederatie heeft het bootje jaren gebruikt als iniciatie- en lesbootje voor jongeren. Afgaande op het aanbod in de tweedehandsmarkt zijn er in Duitsland, Belgie en vooral Nederland ook wel wat Tabur 320 terecht gekomen. Het is in Nederland dat ik er ŽŽn ben gaan halen. "Voor die prijs koop je nog geen fiets" zei de vriendelijke noorderbuur tegen me, en gelijk had die. Erg kritisch mag ik deze 30-jarige dame niet bekijken, en uiteindelijk is het bootje compleet, op de neerhouder na. Ach, compleet, eigenlijk zijn er twee zelf gebreide fokken bij, maar de ene is te klein, en de andere te groot, zonder fok dus eigenlijk. Niet zeuren, zeilen. Optuigen, bootje te water, zwaard en roer vullen met water, klaar. Oei, water in de kuip, de zelflozer gedraagd zich als zelfvuller als de boot stil ligt, ach. Allez we zijn weg; Klotsklotsklots, zachtjes maakt het ding vaart, er staat slechts een zwak windje. Jep, dit is ook zeilen, de Tabur geeft door zijn constructie een vreemd comfortabel gevoel aan je achterste: Het binnenboord geeft een beetje mee en het lijkt alsof je op een poef zit