

Het is helemaal niet de bedoeling om hier een cursus netwerkbeheerder
te geven. Daarvoor ken ik er zelf
veel te weinig van. Het is alleen de bedoeling mijn ervaringen even op papier te
zetten zodat anderen eventueel zelf ook in staat zijn om een netwerkje uit te
bouwen.
In 1999 won ik voor mijn school de Flanders Valley
Award tijdens de Digikids-happening in Brussel. We kregen de ronde som van 200 000 BEF Voor een kleine school als De Ark is dit mooi meegenomen en
eindelijk zag ik een droom in vervulling gaan: het uitbouwen van een netwerk.
Door het behalen van deze geldprijs had ik mij wel een hoop werk op de
hals gehaald en veel bloed, zweet en (virtuele) tranen.
Even de situatie schetsen. Het was de bedoeling om alle pentiums met elkaar te
verbinden. Op mijn school hebben
wij geen computerklas. De reden is
simpel: we hebben er de plaats niet voor. Aan
de andere kant opteer ik ook om de computer in de klas te plaatsen.
Tussen het 5de en 6de leerjaar staan er 3
computers. In mijn 2de
leerjaar bevinden zich nog eens 3
computers waar windows 95 op draait. Het
3de en 4de leerjaar hebben elk nog 2 computers om te
gebruiken. Wij hebben een kabelaansluiting via Telenet waarop een
netwerk mag worden aangesloten.
Met deze situatie ben ik naar mijn computerboer
gestapt met de vraag: “Hoe kan ik al deze computers met elkaar verbinden zodat
we op al deze computers kunnen internetten via één kabeltoegang?”
Ik ben van nature lui, lui in de betekenis van efficiënt werken.
Daarom zat ik ook met de vraag “Kan ik alle software van het netwerk
beheren vanaf één computer?” Geen
probleem kreeg ik als antwoord, je installeert enkele netwerkkaarten in de
computers die je in het netwerk wilt opnemen, sluit alles aan via UTP-kabel op
een hubje. Daarbij installeer je de
juiste software om internet te
delen of “sharen” met alle computers van het netwerk en klaar is kees. Zoals Kris het mij vertelde, leek het een fluitje van een
cent, maar zo eenvoudig was het niet.
Ik kan het ook niet helpen, ik wil alles zelf
onderzoeken, leren en installeren. Van
netwerken wist ik niets, noppes, nul. Ik
weet er nog steeds niet zoveel van, maar het is mij gelukt, met vallen en
opstaan en (virtuele) blauwe plekken.
Wij kozen op school voor een Ethernet,
waarschijnlijk bestaan er nog andere types, maar Ethernet is momenteel het meest
gebruikte type netwerk. Er bestaan
3 types Ethernet-netwerkkaarten afhankelijk van het soort vrije slots op je
computer: ISA-,
PCI- en IBM netwerkkaarten. Meestal
zal je moeten kiezen tussen ISA en PCI netwerkkaarten.
Als je jouw computer openschroeft, zal je zien dat er in je computer
verschillende kaarten steken. Deze
kaarten zitten in wat we een slot noemen. Meestal
zijn er nog slots vrij voor andere kaarten.
Er bestaan korte en lange
slots. In een lang slot hoort een ISA-kaart thuis, in een kort een
PCI-kaart. PCI is te
verkiezen boven ISA, maar veel verschil maakt het niet uit.
Het
is dus belangrijk om al de computers van het netwerk even te openen om te zien
welke slots er vrij zijn. Elke
computer die je in een netwerk wilt opnemen, moet een netwerkkaart hebben.
Zo’n ethernetkaart kost niet zoveel, ik was ervan af voor 1250
BEF/kaart.
Een netwerkkaart verzorgt het data verkeer tussen de
verschillende computers. Het is
natuurlijk de bedoeling dat deze netwerkkaarten met elkaar verbonden zijn door
middel van een kabel. (stilaan
maken de draadloze netwerkkaarten hun opgang, maar deze zijn momenteel nog
ontzettend duur, zodat ik deze buiten beschouwing laat)
Er bestaan 2 soorten kabels: coax en UTP (Unshielded
Twisted Pair) Je TV is via een coaxkabel verbonden met de kabeldistributie.
UTP-kabel lijkt een beetje op telefoonsnoer: het is een kabel waar
binnenin 8 kleine kabeltjes zitten) Beide
soorten kabels vragen een andere aanpak en hebben elk hun voor en nadelen:
Coax
is iets goedkoper in aanschaf en kan een grotere afstand overbruggen (ongeveer
180 meter) Nadeel is de wijze
waarop de computers met elkaar verbonden worden.
Bekijk eerst even volgende tekening:
Je merkt
dat alle computers met elkaar verbonden zijn als de lichtjes uit de kerstboom.
Draai je één lichtje uit dan doet de hele kerstverlichting het niet
meer. Zo is het ook bij dit
netwerk. Als één computer het
niet doet, dan zijn alle computers die erachter komen de “klos”
Bij het begin en het einde van de kabel moet er ook een T-stukje zitten.
Als je grote afstanden moet
overbruggen tussen verschillende computers, kan je de klus wel klaren met één
kabel.
UTP-kabel
is iets duurder in aankoop en je hebt sowieso ook veel meer kabel nodig.
Dat verklaart de volgende tekening:

Elke
computer is verbonden met elkaar via een Hub.
Grote voordeel is wel dat niet alle computers aktief moeten zijn binnen
het netwerk. Maar je merkt wel dat
er voor elke computer een UTP-kabel nodig is.
In ons geval betekent dit heel wat kabels. Een Hub is een klein apparaat dat het dataverkeer verzorgt
tussen de verschillende computers van het netwerk.
De aankoopprijs is sterk gedaald, zo’n 3000 BEF voor 15 computers.
Het
is ook mogelijk om coax en UTP te combineren.
Dit kan handig zijn als je grote afstanden moet overbruggen, maar dit was
voor onze school niet het geval.
Na
wikken en wegen hebben we toch maar gekozen voor UTP-bekabeling omdat dit grote
snelheden toelaat op het netwerk.
Na
inspectie bleek dat we 8 PCI-netwerkkaarten nodig hadden.
Onze dealer gaf ons de raad een hub aan te schaffen voor 12 computer,
kwestie van lang-termijn-denken. Het
installeren van zo’n netwerkkaart is niet moeilijk en doet een beetje aan
meccano denken: je maakt de kast open van je computer.
Vergeet vooraf niet alle kabels los te maken, inclusief het stroomsnoer. Met een kruisschroevendraaier maak je het metalen plaatje
los, zodat je de netwerkkaart in de
plaats kan steken. Oppassen voor
statische elektriciteit, is er een
radiator of waterkraantje in de buurt? Even
aanraken ontlaad je van eventuele statische spanning. Normaal moet de kaart in een vrij slot kunnen ingeplugd
worden, maar forceer niets.
De
8 netwerkkaarten waren vlug geïnstalleerd, zeker met hulp van enkele ouders
(zie werkgroep informatica) Bij
één computer werd een netwerkkaart niet herkend. Toen we de netwerkkaart in een ander vrije slot staken, was
het probleem opgelost.
Daarna
kwam de bekabeling aan de beurt. Met
een ouder-elektricien had ik op de buitenmuren van de school reeds plastieken
buizen gemonteerd waarin we de verschillende UTP-kabels konden trekken naar de
verschillende lokalen. Zo’n
plastiekbuis biedt een betere bescherming in ons ruige
klimaat. Van de
computerdealer hadden we gelukkig UTP-kabel meegekregen op de rol.
Met een stiftje werd met een streepje de verschillende meters op de kabel
aangeduid, zodat we achteraf exact konden doorgeven hoeveel meter kabel we
gebruikt hadden. Elke kabel
vertrekt vanaf de HUB en wordt verbonden met de netwerkkaart van elke computer. De HUB werd geplaatst bij de computer waar de
kabelaansluiting van internet toekomt. Deze
computer staat in mijn klas, omdat ik als netwerkbeheerder niet steeds naar
boven wil lopen (ik ben van nature lui…)
Volgend schema verduidelijkt dit hopelijk een beetje:

Ik
moet nog even kwijt hoe Telenet de aansluiting maakt voor internet.
Mag het een troost zijn, dit neemt de installateur voor zijn rekening.
Wij hadden nog geen kabeldistributie op school.
Gelukkig was die er vroeger wel geweest, de verbinding was dus vlug
gemaakt. Via een gat in de muur
komt de kabel zo mijn klas binnen piepen. Deze
kabel wordt netjes langs de binnenmuur naar beneden geleid tot bij de computer.
Deze kabel wordt aan een kabelmodem aangesloten.
Deze modem wordt op zijn beurt aangesloten aan een speciale netwerkkaart
binnen in de computer. Let op, dit
is NIET de netwerkkaart die we gebruiken binnen ons netwerk. De installateur verzorgde ook de software zodat we na een
anderhalfuurtje internettoegang hadden op één PC, die ik voor de goede
verstaanbaarheid Computer A zal noemen.
Internettoegang voor alle klassen was ons werk en dat was geen werkje van
een anderhalf uur. Gelukkig hoefde
ik de klus niet alleen te klaren.
Een
UTP-kabel maken, is eigenlijk niet zo moeilijk. Je hebt wel een
speciale tang nodig om de connectoren te bevestigen, maar die kregen wij mee van
de dealer. Vraag even aan je dealer
dat hij even voortoont hoe je de connectoren aan beide uiteinden van de kabel
moet bevestigen, maar dit is echt niet zo moeilijk.
Zorg er wel voor dat je de juiste kleuren van de 8 verschillende draden
behoudt en niet onderling verwisselt, want dan krijg je gegarandeerd problemen
met je netwerk. Welke
kleurencombinatie je neemt speelt geen rol.
Er
werd dus eerst een kleine kabel gemaakt om de netwerkkaart die wij in computer A
hadden gestoken, te verbinden met de HUB. Dan
werden de verschillende UTP-kabels getrokken naar alle andere computers van het
netwerk. Daarna werden de
connectoren aan de kabel bevestigd met de speciale tang en werden de connectoren
aan de ene zijde in de verschillende netwerkkaarten gestopt en aan de andere
kant in de HUB. Het handwerk zat
erop, maar de computers konden nog niet met elkaar communiceren.
Daarvoor moest de software nog geïnstalleerd worden.
Installeer
eerst de software die bij de netwerkkaarten zit (meestal op diskette)
De nieuwe netwerkkaarten zijn meestal “plug and play”
Je computer herkent ze daarom meteen, maar beter is om zelf de juiste
drivers te installeren vanaf de meegeleverde diskette.
Zo ben je helemaal zeker dat de netwerkkaarten met de juiste drivers
werken.
#Handmatig
installeren van de drivers voor de netwerkkaarten
Om
het netwerk te configureren ga je als volgt te werk:
Klik
met de rechtermuisknop op Netwerkomgeving op je desktop en kies eigenschappen of
dubbelklik op Netwerk in je configuratiescherm.
Zo,
nu kunnen de computers onderling met elkaar praten, maar om internet aan te
bieden op alle computers, moet nog aangepast software worden geïnstalleerd.
Daarvoor heb je software nodig die het internet verdeelt over alle
computers van het netwerk. Ik had
reeds gehoord van 4 namen:
Wyngate
www.dearfield.com
Sygate
www.sygate.com
Winproxy
www.winproxy.net
en
Windows 98 SE (second
edition)
De nieuwe versie van Windows
98 heeft de software om internet te delen reeds aan boord. Het blijkt zonder problemen te werken, maar de computers van
ons netwerk bezitten enkel Windows 95 en 98 (eerste editie).
Merk op dat het perfect mogelijk is om Windows 95 en 98 met elkaar te
laten samenwerken binnen een netwerk.
De keuze viel daarom op
Sygate omdat mijn dealer dit suggereerde. Sygate
laat zich makkelijker installeren dat Wyngate en is merkelijk goedkoper dan
Winproxy. Het spreekt vanzelf dat
je dit programma in je bezit moet hebben. Je
kan een testversie downloaden
http://www.sygate.com
In
een netwerk biedt de server zijn
diensten aan aan de clients. In
ons geval is Computer A de server, dit is de computer waarop Telenet binnen
komt. Bij het installeren van
Sygate moet je eerst opgeven of je de software wil installeren op de server of
op de client. Heeft u een
kieslijnverbinding, belt u in met een modem, dan dient u nog de door de
Internetprovider verstrekte gegevens als User-ID en Password in te vullen; heeft
een permanente verbinding (via een kabelmodem of ADSL) dan kan ook dit
achterwege blijven. Herstart en de server staat klaar.
Voor
de installatie op een client volg je dezelfde procedure, alleen kies je voor
installie op een client. Op de clients in het netwerk kunt u twee strategieën
volgen: of u maakt gebruik van de DHCP-functie van SyGate (dynamic host
configuration protocol), die automatisch een IP-nummer aan de clients toewijst
en de gateway- en DNS-instellingen aan de clients doorgeeft; of u configureert
de clients handmatig (wat zijn voordelen kan hebben als u al een eigen
IP-nummerplan hanteert). In dat laatste geval moet u behalve een IP-adres en
subnetmask opgeven, ook aangeven dat de DNS-server en de Gateway het IP-nummer
van de SyGate-pc krijgen; kiest u voor de DHCP-service, dan moet u bij de
eigenschappen voor TCP/IP aanvinken: ‘optain an IP-address automaticly’ en
alle andere opties laten voor wat ze zijn. Herstart de client. Klaar.
è Installeren van Sygate
Ik opteerde om Sygate
alle adressen automatisch te laten kiezen.
Toen de installatie achter de rug was, bleek het … niet te werken.
Ik heb toen de volledige “troubleshooting”, zoals Ronald van Doorn op
zijn website beschrijft, doorlopen. Het
netwerk bleek volledig in orde te zijn. Toen
ben ik beginnen foefelen door zelf de IP-adressen en zo aan te passen,
maar niets hielp. Om een lang
verhaal kort te maken, de oorzaak zat hem bij 2 kleine pictogrammen op de
interface van Sygate links boven. Daar
kan je het programma starten en stoppen. Om
onduidelijke redenen stond Sygate in de stopstand.
Na aanklikken van start was het probleem opgelost.
Anderhalf uur verloren (en dat voor een lui mens).
De installatie voor de
server hoeft slechts één keer te gebeuren, die voor de client op elke andere
computer van het netwerk. Gelukkig
verzorgt Sygate de instelling van alle adressen voor jou. De eerste installatie was de moeilijkste bevalling, de rest
waren keizersneden, die in een mum van tijd voorbij waren. Eindelijk, we hadden internet op 8 computers met de
mogelijkheid dit uit te breiden tot 12 computers.
Ik
heb weinig informatie gevonden op het internet over het zelf installeren van een
netwerk. Twee sites kan ik
aanbevelen. Zonder de
informatie die Ronald van Doorn op zijn site aanbiedt, had ik de opdracht zeker
niet tot een goed einde gebracht. Je
kan zelfs je problemen via email doorsturen, gelukkig heb ik die noodrem niet
moeten gebruiken.
http://people.a2000.nl/hbuy00/frames.htm?lanfaq/default
Op de site van OWG-Biep
vind je informatie over het aanleggen van een (verouderd) netwerk met Coax
tussen computers die draaien onder Windows 3.11
http://owg.nl/leerkrac/netwerk/win311a.htm
http://owg.nl/leerkrac/netwerk/win311b.htm
Op de site van SIP
(Scholen Internet Project) vind je een cursus over het installeren van Wyngate
in een netwerk met gebruik van Telenet.