

Begin
haalbaar. Heel vaak zijn de eerste
negatieve ervaringen voor een leerkracht voldoende om er de brui aan te geven.
Daarom raad ik aan om met één computer te beginnen waarop slechts één
of twee goed uitgekozen programma’s draaien.
Zorg ervoor dat je als leerkracht achter de software staat en dat je de
software door en door kent, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Schakel
die computer dan in bij hoekenwerk. Naast
de vele hoeken ontstaat er zo een computerhoek, waar twee kinderen tezamen een
opdracht afwerken.
Duid
één of twee leerlingen aan die ‘verstand’ hebben van computers.
Deze kinderen zijn verantwoordelijk om de computer aan en uit te zetten
of eventueel een programma op te starten. Wees
gerust, zij ‘spelen’ daarmee. Ik
weet niet of dit reeds haalbaar is vanaf het eerste leerjaar, maar ik geloof het
wel. In mijn tweede leerjaar kunnen
ze het in elk geval reeds.
Breid
na een tijdje het aanbod verder uit. Waarom
zou je de computer niet inschakelen tijdens de tekenles, de handwerkles, een
schrijfles? Deze lessen laten toe
dat in een beurtrol (zie tips) kinderen ook aan de computer kunnen werken.
Het vraagt weinig voorbereiding van de leerkracht en de leerlingen zijn
gemotiveerd.
De
volgende stap is de computer in te schakelen bij het differentiëren, zowel naar
boven toe als naar beneden. In een
aantal klassen krijgen - jammer genoeg - enkel ‘vlugge’ leerlingen de kans
om aan de computer te zitten, omdat ze een opdracht hebben afgewerkt.
Als beloning mogen ze dan aan de computer.
Ik heb daar geen problemen mee, als zwakkere kinderen evenveel kansen
krijgen. Zelf gebruik ik vaak de
computer met zwakke kinderen. Ze krijgen oefeningen op hun niveau, de faalangst is
merkelijk kleiner en ik kan veel makkelijker het leerproces volgen en bijsturen.
De
computer inschakelen in de klaspraktijk vraagt eigenlijk een andere manier van
lesgeven. Bij klassikaal
lesgeven is er weinig ruimte om de computer te gebruiken.
De computer krijgt pas echt kansen in de werkmomenten, de ogenblikken
waarop de leerlingen een opdracht afwerken.
Dit gebeurt in elk vak, van rekenen tot zelfs muziek.
De computer is slechts een instrument, net zoals papier en krijt dat
zijn. Het komt erop aan het
instrument te gebruiken waarvoor het geschapen is. (Zie de voordelen van de
computer) Een andere manier van
lesgeven bestaat er ook in dat je kinderen vrijheden en verantwoordelijkheden
durft te geven. Het is makkelijker
voor een leerkracht om de bijrivieren van de Schelde op te sommen.
Of de leerlingen dit zo beter zullen onthouden is een andere vraag.
Het vraagt natuurlijk veel meer tijd om de bijrivieren zelf te laten
opzoeken. Om de Dender niet alleen
te zien in een atlas, maar via Internet bijvoorbeeld te zien hoe hij in de
Schelde vloeit en dat dit niet toevallig in Dendermonde gebeurt.
Ik
ben een groot voorstander van ‘het natuurlijk leren’. Als wij onze eigen kinderen leren spreken, dan zullen wij dit
ook niet met de regelmaat van de klok toetsen, welke woorden ze reeds kennen.
Baby’s leren spontaan. Plots
mag dit niet meer in het onderwijs. Alle
informatie die op de leerlingen afkomt, wordt aangebracht en goedgekeurd door de
leerkracht. De computer biedt
kansen om terug spontaan leerstof op te nemen zonder dat het echt extra werk van
de leerkracht vraagt. Het vraagt
alleen een andere houding, een andere manier van lesgeven, een manier die we
niet altijd in de normaalschool hebben geleerd.
Ik stel wel met vreugde vast dat
de nieuwe leerplannen mijn visie op onderwijs ondersteunen.
De
computer in de klas gebruiken, vraagt ook een goede planning en organisatie.
Het mag voor de leerkracht geen meerwerk betekenen.
Anders haken de meesten af. Ik
heb in het hoofdstuk ‘tips’ een aantal praktische tips verzameld die de
organisatie er een stuk gemakkelijker op maken.