Welke computers koop je best?

Men zegt wel eens dat een computer reeds verouderd is als je hem net gekocht hebt.  De markt evolueert zo snel dat je niet weet wat je nu moet kopen om mee te zijn.  Welk toestel is nu “de beste koop”?

Het klopt inderdaad dat de computermarkt ontzettend snel evolueert.  Maar neem dit allemaal met een korreltje zout.  Voor de software die we op de basisschool gebruiken, hoef je zeker niet het snelste raspaard te hebben.  De computerindustrie verdient hopen geld met de mensen te doen geloven dat het nieuwste zoveel beter is.  Mijn wagen heeft nog geen airbag, airco of ABS, maar hij rijdt nog altijd uitstekend en ik ben niet van plan in de toekomst daarom een nieuwe te kopen.  Deze vergelijking gaat ten dele ook op voor computers.  Een ‘oude’ computer van 2 jaar oud, is best nog in staat om alle programma’s die ik op school gebruik, comfortabel te draaien.  Maar de vergelijking gaat niet altijd op.  Een ‘bejaarde’ computer van 5 jaar oud (zoals mijn auto) is niet in staat om moderne programma’s te draaien omdat zijn besturingssysteem dit niet aankan.

Ik had beloofd dat het geen technisch boek zou worden, maar om een verstandig antwoord te kunnen geven, zal ik toch wat technische gegevens kwijt moeten over computers.

Het is noodzakelijk om eerst een geschiedenislesje op te zetten over de computer.  Van de prehistorie tot nu…

Eind de jaren 70, begin de jaren 80 werd de prijs van de computer aanvaardbaar voor de gewone sterveling.  IBM bracht de eerste personal computer op de markt.  Het hart van de computer noemen we de processor.  Dit is een chip dat de goede werking van een computer regelt.  De firma Intel leverde die processor met de prachtige naam “8088”.  Een computer heeft ook een besturingssysteem of operating system nodig om zijn werk te kunnen doen.  Een besturingssysteem is de software die communicatie verzorgt tussen de computer en de buitenwereld, in ons geval: de mens.  Het besturingssysteem werd geleverd door een kleine firma, met de naam Microsoft.  Het besturingssysteem heette MS-DOS, een afkorting voor MicroSoft Disk Operating System.

In een garage knutselden Steven Jobs en Steven Wozniak samen aan een andere computer die qua opzet veel vooruitstrevender was: de Apple.   De Apple werd een groot succes, omdat de prijs  gunstiger was dan het toestel van IBM.

Maar er waren nog heel wat firma’s die in de eerste helft van de jaren tachtig een graantje probeerden mee te pikken en de computer populair maakten.  Zelf heb ik jaren plezier beleefd aan de Sinclair Spectrum, de opvolger van de ZX80 en 81.  Een vriend probeerde mij toen naar de kroon te steken met een Commodore 64 en later de 128.  Een bekende naam voor het onderwijs was toen de MSX-computer, vooral toen Philips deze computer aan het onderwijs verkocht als onderwijscomputer en er onmiddellijk daarna mee ophield: weg ondersteuning en gedaan met de MSX. 

Al deze systemen hadden één groot nadeel: ze waren niet compatibel met elkaar.  Dit betekent dat een programma dat geschreven was voor een 8088, niet draaide op een Apple, een Sinclair, een Commodore of een MSX (Ik spreek dan nog niet over de BBC Acorn, de DAI, een Amstrad computer,  Atari…)

Eind de jaren 80 stierven heel wat merken een stille dood.  Het grootkapitaal besliste welk besturingssysteem de norm zou worden: DOS en Apple OS.  Apple had intussen de Macintosh gelanceerd, een juweeltje van een computer met muisbesturing.  Microsoft zag dit met lede ogen aan, want hun MS-DOS was daarbij vergeleken oubollig.  Daarom ontwikkelden ze een nieuw OS (operating systeem) met muisbesturing en een grafisch scherm.  Ze noemden hun geesteskind Windows.  Versie 1, 2 en 3 waren zo slecht dat ze geen lang leven beschoren waren.  Intussen waren er ook nieuwere en betere processoren verschenen: een 80286 en 80386.  IBM werd naarstig gekloond door andere firma’s en de DOS-computer werd stilletjes aan de norm in computerland.  Windows versie 3.1 was de eerste versie die het eindelijk deed zonder fouten.  Het besturingssysteem draaide  reeds op een 80386, afgekort 386, maar het besturingssysteem voelde zich pas echt op zijn gemak met de komst van de (80)486-processor.   Later bracht Microsoft nog een versie 3.11 uit, die netwerken ondersteunde.  Een netwerk zijn verschillende computers die informatie met elkaar kunnen uitwisselen.

Ondertussen ging het iets minder goed met Apple.  De Macintosh deed het weliswaar uitstekend in de grafische wereld, maar de thuismarkt koos liever voor IBM (compatibele) toestellen en daar viel het grote geld te rapen wist Microsoft.  Toen reeds zwaaide Bill met de slogan “een computer voor elk huisgezin”.   Rond 1995 zag een nieuw besturingssysteem van Microsoft het levenslicht.  Ze stapten af van de nummering 1,2,3 en opteerden om het jaartal te gebruiken: Windows 95.  Voor dit besturingssysteem had je minstens een 486 DX2 nodig.  Vergeef me de namen, ik heb ze ook niet uitgevonden, maar het zijn namen die je wel regelmatig tegenkomt als je op zoek bent naar 2de of 3de handstoestellen.  Windows 95 kon pas zijn ware kracht tonen met een Pentium-processor.  Na Pentium1, kwam 2 en later nog 3 aan de beurt.  De Pentium die oorspronkelijk door de firma Intel werd geproduceerd, kreeg er een geduchte concurrent bij: AMD, die processors ontwikkelt die even krachtig maar goedkoper zijn als die van Intel.

Hoe zit het in de fruitsector?  Steve Jobs, oprichter en bezieler van Apple was na zijn uitstapje bij Apple (ondertussen had hij een supercomputer ontwikkelt, die niemand kocht: de NeXT) teruggekeerd bij Apple, eigenlijk om de baas die ze eruit hadden gewipt, tijdelijk te vervangen.  Hij zette onmiddellijk de puntjes weer op de I en Apple bracht in 1997 zijn iMac uit.  Een beeld van een computer, zowel vanbuiten als vanbinnen.  Computers hadden er altijd stijf en strak uitgezien.  Apple bracht daar verandering in met de komst van de iMac.  Ook de gewone gebruiker viel voor de charme van deze computer en Apple haalt terug zijn achterstand in op computers die draaien onder Windows.  In 1997 vernieuwde Microsoft Windows 95 door Windows …98.  Windows 98 voelt zich best met een Pentium II of III.   Terwijl ik dit schrijf (november ’99) zijn de Pentium III en Windows 98 aan de macht en heeft Apple zijn iMac-lijn opnieuw vernieuwd met een PowerPC G3.  Beide toestellen zijn op hun terreinen evenwaardig.  Wat de toekomst brengt, is moeilijk te voorspellen.  Windows 2000 staat in de steigers,  Apple heeft voor de eindmarkt een kanon van een computer klaarstaan met een PowerPC G4. 

En in alle stilte was een nieuw besturingssysteem zijn opmars begonnen: Linux.  Over Linux kan ik niet zoveel kwijt omdat ik het niet ken.  Wat ik wel weet, is dat het gratis is en dat het snel volwassen wordt.  Het slaat momenteel in zijn puberteit wild om zich heen.  Zelfs Microsoft krijgt rake klappen, al wil het dit nog niet toegeven.  Het zou wel eens het besturingssysteem van de toekomst kunnen worden voor het onderwijs, omdat het gratis is.  Maar momenteel is er nog weinig software voor beschikbaar.

Uit deze korte geschiedenis zou je het volgende moeten onthouden.    Bij een computer spelen twee belangrijke dingen een rol: de processor en het besturingssysteem.   Beiden houden elkaar prachtig in evenwicht.  Met  de komst van een snellere processor, duikt ook steeds een nieuw besturingssysteem op.  Elk nieuw besturingssysteem trekt nieuwe software aan die enkel op dat besturingssysteem wil draaien. 

Software houdt eigenlijk enkel rekening met het besturingssysteem: DOS, Windows of Apple OS.  DOS is het oudste besturingssysteem en dat merk je.  Educatieve software dat onder DOS draait bezit geen  (of weinig) klank en grafisch is het ook wat oubollig.   Toch bestaat er interessante software die onder DOS draait, zodat deze oude computers best nog hun nut kunnen hebben in het basisonderwijs. Op de CD-ROM heb ik enkele voorbeelden van shareware en freeware gezet.  De educatieve software van Dainamic bijvoorbeeld is zelfs grafisch best te pruimen.  Surf eens naar *  www.dainamic.be

         # DOS software

Windows 3.1 en 3.11 ondersteunen wel reeds geluid en zijn grafisch best in orde.  Voor de basisschool bestaan er veel goede educatieve software voor dit besturingssysteem.  Windows 3.1(1) ondersteunt ook goed het gebruik van de CD-ROM. 

Maar eerlijk is eerlijk: de betere software draait enkel nog onder Windows 95 en 98.  Dit heeft te maken met het innerlijke van de computer waar ik hier niet verder wil over uitwijden. 

De keuze voor de iMac van Apple is ook best te verantwoorden.  Persoonlijk heb ik geen ervaring met deze computer, maar ik lees overal dat het een fantastische computer is voor een aanvaardbare prijs.  Trouwens schijnt Apple het in de Verenigde Staten beter te doen dan computers die draaien onder Windows.  Voor ons onderwijs is het wel zo dat er meer software voorhanden is voor het Windows-platform dan voor Apple.  De kwantiteit is echter niet altijd belangrijker dan de kwaliteit.

Je merkt het: het is heel moeilijk om een goed antwoord te geven op bovenstaande vraag.  Heb je er het geld voor, koop dan een tiental dezelfde computers met een Pentium II of III of Celeron of kies voor Apple met OS 8 of hoger.   Wie moet schipperen met zijn budget, wat in de meeste scholen het geval is,  kan zijn budget spreiden over verschillende types.   Er bestaan nog goede programma’s die enkel DOS nodig hebben.  Een DOS-computer mag je niet meer kopen, je moet hem krijgen.  Datzelfde geldt eigenlijk ook voor een 386 waarop je reeds Windows 3.1 of 3.11 kan draaien, maar besef dat dit tergend langzaam is.  Persoonlijk heb ik voor duizend frank reeds een tweetal 486-computers gekocht voor de school.  Je draait er comfortabel Windows 3.1 of 3.11 op en er is heel wat goede educatieve software voor beschikbaar.  Een geluidskaartje en een CD-ROM kan je makkelijk zelf erbij steken wat een echte meerwaarde voor deze computers betekent.  Wil je internet gebruiken of software als tekstverwerker of database, kies dan resoluut voor de ‘bijna’ nieuwste computer.  De laatste nieuwe kost nog altijd een pak meer.  Vooral in de derde graad moeten kinderen kunnen werken met toestellen die ze vaak zelf thuis hebben.  Spraaktechnologie en internettoepassingen vragen eenmaal krachtige computers.

Ik wil eindigen met een gouden raad: koop een computer steeds in vertrouwen.  Wie een prospectie doet, zal merken dat de prijzen van computers enorm kunnen verschillen.  Wees gerust, het verschil zit ergens.  Het is niet zo dat een computer die 10 000 BEF meer kost een winst betekent van 10 000 BEF voor de verkoper.  De stukken die hij gebruikt, kosten meer omdat ze gewoon beter zijn. 

Heb je een computerwinkel in de buurt van jouw school, dan is dat volgens mij ‘the place to be’.  Deze computerwinkel kan het zich niet veroorloven om minderwaardig materiaal te verkopen.   Er bestaat voor zo’n winkel geen betere reclame, want vaak kopen de ouders  hun nieuwe computer bij dezelfde zaak.  Meestal valt er ook wel iets te regelen over de prijs bij  zo’n winkel.  Een eerlijke dealer zal je ook eerlijk advies geven.  Het is een misvatting dat computerwinkels je de nieuwste computer   willen aansmeren.

Durf ook eens aankloppen bij collega’s van andere scholen om te zien hoe hun computerpark eruit ziet.  In het onderwijs willen we te vaak telkens opnieuw het warm water uitvinden.

*        http://www.microsoft.com/benelux/default.asp?lang=1

*        http://www.apple.com/benl/index.html