

Een raad van tante K…: wie eens van internet wil proeven, maar nog geen computer heeft, kan best eens binnenlopen bij de plaatselijke openbare bibliotheek. Alle openbare bibliotheken in Vlaanderen hebben tegenwoordig een snelle internetverbinding. Je kan er tegen zeer democratische prijzen surfen en de vele URL’s uitproberen die in Het Blauwe Boekje staan.
Je hebt een computer nodig en liefst eentje
met multimediamogelijkheden. Dat
betekent dat er een goede geluidskaart inzit, dat je een snelle beeldschermkaart
hebt met lekker veel kleuren, zodat de foto’s die op het scherm afgedrukt
worden er echt uitzien. Een CD-ROM
is onmisbaar, omdat alle software tegenwoordig op een Cd-schijfje wordt
aangeboden. Elke nieuwe computer
die je nu koopt behoort tot dit ras, maar in heel wat scholen vind je nog rassen
die met uitsterven bedreigd zijn. In principe is het ook mogelijk om met een 486 te surfen,
maar daar wil ik het nu niet over hebben. Een
nieuwe computer kost toch een aardige duit en is de grootste investering.
Vervolgens heb je ook een modem nodig.
Een modem zorgt ervoor dat je via de telefoonlijn contact kunt maken met
de computer van een provider die je zo op het internet brengt.
Een modem kost tussen de 3000 BEF en 8000 BEF.
Als je een modem koopt, neem er dan eentje waarbij je ook faxen kan
versturen en ontvangen, dat is mooi meegenomen en maakt een modem echt niet
zoveel duurder. Je kan zelfs
opteren om er een antwoordapparaat bij te nemen.
Je kan dan met de juiste software van je computer een echte
telefooncentrale maken die inkomende en uitgaande berichten kan verwerken. De vraag is of je dat als thuisgebruiker nodig hebt, maar het
kan het leven van een schooldirecteur wel verlichten. Er bestaan zelfs modems die faxen kunnen ontvangen of
gesproken boodschappen kunnen opslaan, zonder dat je PC actief is.
#talkworks
Opteer je voor een verbinding via de kabel, dan heb
je ook een modem nodig, maar die wordt gehuurd bij de maatschappij.
De software die je nodig hebt om van de verschillende
diensten van het internet gebruik te maken, is gratis.
Bij elk computertijdschrift vind je ergens wel een CD-ROM waarop alle
internetsoftware staat of als je jou inschrijft bij een provider, krijg je er
wel een CD-ROM bij met alle nodige software.
Voor internet heb je 4 soorten software nodig:
| een
browser of snuffelaar om websites af te schuimen | |
| een
emailprogramma om elektronische brieven te versturen en te ontvangen | |
| een
programma om nieuwsgroepen te raadplegen | |
| een
FTP-programma om bestanden van het internet te plukken |
De 2 bekendste pakketten die deze 4 programma’s
bundelen zijn Explorer van Microsoft en Netscape van… Netscape.
Beide programma’s zijn gelijkwaardig, maar de fakkel van het meest
gebruikte programma heeft Netscape moeten doorgeven aan Microsoft.
Ik wil ook nog even een vreemde eend in de bijt vermelden: opera van
Operasoftware. Deze kleine browser
neemt ontzettend weinig plaats in op de harde schijf van je computer en is
beschikbaar voor Windows en beOS.
http://www.opera.com/index.html
Eenmaal je toegang tot internet hebt, is het een
goede gewoonte om af en toe eens te kijken of de software die je gebruikt niet
werd verbeterd met een nieuwe versie. Je
kan die dan zo van het net plukken en installeren.
Ik wil wel nog een raad kwijt: de installatiesoftware die je op CD-ROMS
van providers vindt, houdt vaak geen rekening met de bestanden die reeds op je
harde schijf staan. Ze overschrijft bestanden die reeds bestaan met eigen
bestanden, zonder toestemming te vragen of dit wel mag.
Ik ken reeds verschillende gebruikers die zo ‘toeren’ zijn
tegengekomen. Het is
eigenlijk niet zo moeilijk om rechtstreeks de juiste parameters in te voeren om
toegang te krijgen tot een provider. Bekijk
daarvoor maar eens het volgende filmpje:
Internet instellen
Vroeger moest je voor de toegang tot een provider
betalen en dat liep op jaarbasis soms aardig op, tot zo’n 10000 BEF
Tegenwoordig zijn er heel wat instellingen -van banken tot
petroleumbedrijven- die gratis internet aanbieden.
Hieronder vind je de internetadressen voor een aantal gratis
internetaansluitingen. De
aansluiting is gratis, maar indien je de helpdesk opbelt, ben je vaak een aardig
bedrag kwijt. 50 BEF/minuut is meer
regel dan uitzondering. Het is ook
zo dat de snelheid van zo’n gratis lijn soms lager ligt dan bij een betalende
provider. Door de gratis
aanbiedingen, zijn de prijzen van de betalende providers ook drastisch gedaald.
Persoonlijk zou ik nog steeds kiezen voor een betalende provider, maar je
zeker de smaak te pakken krijgen bij een gratis provider.
Een overzicht van alle providers in België, zowel
gratis als te betalen, vind je op de website
http://providers.digibel.be/
Je krijgt er een gedetailleerd overzicht van alle providers in België,
gesorteerd volgens alfabet of per telefoonzone.
Het spreekt vanzelf dat je een provider zoekt die een inbelpunt heeft in
je eigen of een aangrenzende telefoonzone.
Zoals je wellicht weet, betaal je voor een gesprek met een aangrenzende
zone, momenteel even veel als binnen de eigen zone.
Gratis providers maken steeds gebruik van de
telefoonlijn. De belkosten zijn
natuurlijk altijd voor rekening van de gebruiker en deze belkosten bedragen een
groot deel van de internetkosten. Het
is eigenlijk eenvoudig om te weten wat de telefoonkosten zijn voor internet:
dezelfde als van een gewoon telefoongesprek (op datum van 26/12/99)
Bij Belgacom betekent dit 120 BEF/uur in de piekuren (van 8u tot 18u) en
45 BEF/uur in de daluren. Vroeger
paste Belgacom een speciaal tarief toe voor internet in de daluren (35 BEF/uur)
Er is sprake van dat dit opnieuw gebeurt in 2000.
Je kan natuurlijk ook telefoneren via Telenet.
De telefoontarieven zijn er iets lager dan die van Belgacom.
Omdat de telefoontarieven zo duur zijn (bij de hoogste ter wereld !!!)
zijn er bedrijven die goedkopere telefoontarieven aanbieden. Een van deze bedrijven is Econophone dat een internettarief
hanteert van 35 BEF in de daluren. Je
moet je wel vooraf inschrijven om gratis een internettoegang te krijgen.
http://www.econophone.be/nederlands/index.html
Er bestaat natuurlijk een alternatief voor de
telefoonlijn: de kabel. In
Vlaanderen is Telenet de grootste aanbieder van internet via de kabel.
Voordelen:
| merkelijk
sneller dan de telefoonlijn | |
| altijd
toegang, nooit inloggen (=inbellen bij de provider) | |
| goedkoop
als je veel surft, omwille van een vast maandtafief |
Nadelen:
| hoge
instapkosten (+- 12500 BEF) |
Ook via de telefoonlijn is met nieuwe technieken een
snellere verbinding mogelijk. We
spreken dan over ISDN en ADSL. Het
spreekt vanzelf dat dit ook meer kost dan een gewone telefoonverbinding.
Voor scholen heeft de Vlaamse regering met Belgacom
en Telenet een contract afgesloten voor een project met de ronkende naam I-line.
Het komt erop neer dat scholen voor zo’n dikke 20 000 BEF/jaar een
ISDN-lijn (bij Belgacom) of een kabelverbinding (bij Telenet) krijgen.
De ISDN-lijn is 24u/24u beschikbaar, de kabeltoegang mag enkel tijdens de
schooluren gebruikt worden. Het is
natuurlijk toegelaten om een uitgebreid netwerk op de verbinding aan te sluiten.
http://www.telenet.be/internet/toegang-klanten/school/target.htm