High Tech-architectuur is door de architectuurcriticus Charles Jencks omschreven als de tweede machine-esthetiek. Hoewel de meeste High Tech-gebouwen beïnvloed zijn door de futuristische visies van de 'pop'architectuur- groep Archigram uit de jaren zestig, werd de beweging al 100 jaar geleden aangekondigd door de Eiffeltoren in Parijs. De ideeën achter de Eiffeltoren (die een storm van protest veroorzaakte in die dagen) en een High Techgebouw als het Centre Pompidou (een ander Parijs gebouw waartegen bezwaren werden geuit), zijn in wezen hetzelfde. Van beide gebouwen is het skelet zichtbaar en beide zijn lofzangen op de technologie.
Dit hoeft niet automatisch te betekenen dat de gebruikte technologie geavanceerder is dan bij andere architectonische bewegingen; alleen dat de technologie zichtbaar wordt

Gustaf Eifel, De Eifeltoren, Parijs

Sir Norman Foster, Renault distributie-centrum, Swindon, 1981.

Richard Rogers en Renzo Piano, Centre Pompidou, Parijs, 1971.

Richard Rogers en Renzo Piano, Centre Pompidou, Parijs, 1971.
gemaakt om het gebouw zijn structuur en karakter te geven. In bijna alle High Tech-architectuur is dit skelet flexibel ontworpen, zodat het gebouw vergroot of verkleind kan worden. Het Renaultgebouw van Sir Norman Foster in Swindon (1982) bijvoorbeeld, bestaat uit een serie met aluminium beklede gewelven, gemaakt van gele stalen masten met kabels die dienen als stutten. De hele structuur kan worden ontmanteld of uitgebreid zodat meer magazijn-, kantoor- of expositieruimte ontstaat.
In het geval van het Centre Pompidou van Richard Rogers en Renzo Piano (1971-1977) kunnen de ruimten binnen worden veranderd. In hun eigen woorden streven ze naar: 'Een gigantische mecanodoos in plaats van een traditioneel, statisch, transparant of massief poppenhuis.'
Het gebruik van kleur is ook belangrijk bij High Tech. De kleuren zijn meestal primair en zoals bij het Postmodernisme worden ze toegepast voor praktische in plaats van alleen decoratieve doeleinden. Rogers en Foster gebruiken kleur om de pijpleidingen te coderen die buiten aan hun gebouw zitten. De kleuren die gekozen werden voor het Centre Pompidou waren rood, wit en blauw - de kleuren van de Franse vlag.
Door de voorzieningen aan de buitenkant te plaatsen, wordt het onderhoud gemakkelijker en het ontwerp van High Tech-gebouwen is vaak zodanig dat ze goedkoop, gemakkelijk en snel te bouwen zijn. Een vroeg voorbeeld hiervan in Engeland is het hoofdgebouw van IBM in Hampshire (1971) van Foster. Dit praktische aspect is ook duidelijk in gebouwen als het Immos Factoy in Gwent van Richard Rogers (1982). De High Tech-stijl is zeer toepasselijk voor een geavanceerde technologie als de chipindustrie. Rogers' tentachtige constructie komt terug in Michael Hopkins' Schlumberger Research Institute in Carnbrige uit 1984, dat in de woorden van de Engelse architect Eva Jiricna lijkt 'op een grote tent'.
De Hongkong & Shanghai Bank in Hongkong (1981-1986) van Sir Norman Foster wordt wel het ultieme High Tech-gebouw genoemd. Het is opgebouwd uit drie torens, alle van verschillende hoogte Ze zijn zo geplaatst dat het gebouw een massief rechthoekige blok lijkt aan de voorzijde, maar van opzij op een sprookjesachtig kasteel met de smalle torens die als pinakels de lucht insteken. In het hart van de bank ligt een atrium en door het hele gebouw heen vormen de X-vormige stulten een sterk motief en verwijzen naar de constructie.


Norman Foster, Hongkong & Shangai bank, Hongkong, 1979.
Een van de recente High Tech-gebouwen werd door Richard Rogers (die ooit samenwerkte met Foster) ontworpen. Het is het Lloyd's-gebouw in Londen (1978-1986). Het staat midden in de City, maar doet geen enkele poging zich te schikken in de omgeving en valt op met zijn 'binnenste buiten'-constructie. Rogers plaatste alle voorzieningen in torens rondom, maar los van het hoofdgebouw met zijn atrium. Dit atrium, dat net zo hoog is als het gebouw, vormt het hart waaromheen de kantoren zijn gegroepeerd. Van de buitenkant lijkt het een Victoriaans plantenkas; een amusant contrast met de rest van de gevel. De façade, hoewel een betonnen constructie, is bedekt met staal en glas. Dit zorgt overdag, met alle voorzieningen aan de buitenkant, voor een glinsterend effect en 's nachts voor een dramatisch silhouet. Norman Fosters vroegere Sainsbury Centrum voor Beeldende Kunst bij de universiteit van East Anglia (1978) heeft ook een glas en metaalgevel. Hier zijn echter de voorzieningen niet aan de buitenkant geplaatst maar is er een soort dubbele huid, waartussen de pijpen zich bevinden en die tevens voor isolatie zorgt. Het resultaat is een glad en delicaat gebouw, dat toch duidelijk High Tech is.
De indruk van technologische suprematie die zo duidelijk blijkt uit de gebouwen als Lloyd's en de Hongkong & Shanghai Bank, is belangrijk voor het beeld van macht en vooral van rijkdom dat deze ondernemingen willen uitstralen. High Tech kan ook een gevoel van vooruitgang en efficiëntie suggereren, zoals in Schlumberger of Inmos, of speelsheid en creativiteit (Pompidou en Sainsbuy) waardoor het een zeer flexibele stijl is, zowel materieel als door de verschillende beelden die het kan overbrengen.

Richard Rogers, Hoofdkantoor Lloyd's, Londen, 1979.