Indeling De voorhistorische tijd De Keltische en de Romeinse tijd De Frankische periode De Middeleeuwen Rennaissance, hervormingen ancien régime De Brabantse omwenteling en de Franse tijd De Nederlandse periode na 1830 De huidge eeuw Hekelgem
De voorhistorische tijd
In de prehistorie, die traditioneel ingedeeld wordt in de Steen-, de Brons- en de IJzertijd, was Hekelgem wellicht al bewoond. Dit kan afgeleid worden uit de vondsten - een stenen bijl en een stenen pijlpunt uit het Neolithicum of Jong-Steentijdperk - die respectievelijk in 1974 en 1980 werden bovengehaald in de omgeving van de abdij.De Keltische en de Romeinse tijd
Uit de Keltische periode (ca. 400 vr Christus) getuigen vooral plaatselijke toponymen die bewijzen dat onze streek in die tijd bewoond was. Uit de Romeinse tijd worden de bewijzen van bewoning geleverd door o.m. afgegraven urnen, munten en vaatwerk. Parallel met de huidige Brusselbaan ligt in Hekelgem de (oude) Romeinse baan.De Frankische periode
Na de val van Rome (410) groeit in onze gewesten uit een synthese van Germaanse, Romeinse en Christelijke elementen, het Frankische Rijk, dat verdeeld wordt in de Merovingische en de Karolingische periode. Verschillende Hekelgemse toponymen, waaronder de plaatsnaam "Hekelgem" dateren uit de Frankische tijd. Hakilo is de Frank die gehuisvest was op een hoogte bij de Kasteelstraat. Daar bouwde hij zijn domein "Hakilo Heem", dat de oorsprong vormt van de deelgemeente Hekelgem. Dr. J. Verbesselt situeert in zijn "Parochiewezen in Brabant" een domeingebied nabij de hoofdingang van de abdij : "Abuno-, Avilo- of Avilingo-heem. Bleregem zou het heem geweest zijn van de Frank Blaro. Op de plaats waar nu de Kluiskapel staat, op de grens met Erembodegem, stichtte de Heilige Ursmarus in de 8ste eeuw een cella, die later afhankelijk zou worden van de abdij van Affligem.De Middeleeuwen
Na de regering van Karel de Grote (768-814) valt het grote Frankische rijk uiteen. Een periode van ontreddering volgt. De invallen van de Noormannen brachten een eind aan de Karolingische beschaving. Daartegen stelt de bevolking zich onder de bescherming van plaatselijke heren, die daardoor hun macht uitbreiden. De verbrokkeling van het rijk wordt daardoor nog meer bevorderd. Het land wordt steeds meer in leen gegeven. Er worden heerlijkheden gevormd, bestuurd door vazallen en bewoond door lijfeigenen. Hekelgem maakte deel uit van de heerlijkheid Asse. De heerlijkheid Asse, dus ook Hekelgem, maakte deel uit van het hertogdom Brabant, maar deze heerlijkheden bevonden zich in het grensgebied met het graafschap Vlaanderen. Zoals andere heersers uit die tijd waren de graven van Vlaanderen erop uit hun grondgebied en macht uit te breiden. Als de graaf van Vlaanderen ten strijde trok, werd er dikwijls strijd geleverd rond Asse, waar de plaatselijke bevolking dikwijls het gelag moest betalen. Het kasteel van Hekelgem werd in 1338 volledig verwoest. In 1356 werd er gevochten tussen Lodewijk van Male en hertog Wencelyn van Luxemburg. De streek rond Affligem, waaronder Hekelgem, werd verwoest. In 1485 gebeurde hetzelfde door het Vlaamse leger dat tegen Maximiliaan te velde trok. In 1105 sprak men van Hecelengeim als plaatsaanduiding. De naam van deze parochie wordt vermeld in een oorkonde, waarbij de bisschop van Kamerijk de altaren van Hecelengeim en Esshine aan de abdij schenkt. Vanaf 1295 laat hertog Jan I van Brabant het hof ter Saele, dat nabij het kasteel werd gebouwd, omvormen tot schepenbank van Affligem, de plaatselijke rechtbank. Uit de Middeleeuwse periode dateert de stichting van de Benedictijnerabdij van Affligem. Zoals de legende wil, werd de abdij gesticht door 7 roofridders die, nadat zij tot inkeer waren gekomen, van Anno, de aartsbisschop van Keulen, de toelating kregen een abdij de stichten. De eerste abt Fulgentius was daarvoor monnik in Saint-Vanne te Verdun en leidde de abdij gedurende 35 jaar, van 1087 tot 1122. Tijdens die bestuursperiode werden de abdij van Sint-Andries bij Brugge en de pastorijen van Neerwaver, Frasnes en Bornem gesticht, en gingen de monniken van Affligem de abdij van Maria-Laach tot bloei brengen. Onder het abbatraat van de tweede abbt (1122 tot 1134) werden de grootste abdijgebouwen, waaronder een machtige romaanse kerk met vijf torens, afgewerkt. Ook de Hekelgemse parochiekerk wordt al vermeld in de 11de eeuw. De grondvesten zijn romaans en de middenbeuk vroeggotisch. De abdij groeide tijdens de volgende eeuwen verder uit tot één van de belangrijkste religieuze centra van West-Europa. Getuige daarvan is haar vooraanstaande rol in het hertogdom Brabant. Als voornaamste abdij in Brabant werd er de banier, de standaard van het vorstenhuis, bewaard. Ook zetelde de abt tijdens de late Middeleeuwen in de Staten-Generaal van Brabant. Op religieus gebied werd haar uitmuntendheid vermeld door de Heilige Bernardus, die er in 1146 op bezoek was, en later door de Heilige Lutgart, die de abdij noemde "van allen cloosteren spieghel". De monniken van de abdij waren goede landbouwers. Zij hebben de landbouwgronden in de gemeente en de omliggende streek uitgebreid en verbeterd. Moerassen werden gedempt en langs de waterlopen werden waterbeheersingswerken en spaarvijvers uitgevoerd. Als voorbeeld kan hier de Bellemolen in Essene vermeld worden, met zijn aanpalende vijvers die nog vermeld worden op de Ferraris-kaart (+1770). De abdij was de motor van een landbouw- en ecologisch systeem. Toen de abdijbezittingen steeds verder uitbreiding namen, en dit te veel werd om door de monniken te worden bewerkt, werden hoeven verpacht, zodat er inkomsten voor de abdij bleven. Andere inkomsten kwamen van de verkoop van zandsteen uit de groeven van de abdij (bv. Meldert, Kravaalbos, Duivelsputten van Hekelgem), tot ver buuiten de huidige landgrenzen. Onder impuls van de abdij werden nieuwe teelten, zoals druiven- en hopkweek, sterk uitgebreid.Renaissance, Hervorming en Ancien Régime
De Middeleeuwen lopen ten einde tegen 1492. De nieuwe tijd wordt gekenmerkt door ontdekkingen, humanisme en renaissance, evenals door een nieuwe splitsing van de Europese Christenheid als gevolg van de reformatie die godsdienstoorlogen teweegbrengt. Ook in onze streek brachten geloofshervormers en godsdienstoorlogen grote onrust. In 1566 begon de beeldenstorm en in 1599 vallen Calvinistische troepen Hekelgem binnen op weg van Aalst naar Brussel. Een ets van 1674, die zich in een Engels museum bevindt, en die een zicht op een dorp biedt, draagt het onderschrift "Eyckelgem 1674".Antonius Sanderus, welbekend door o.m. zijn werk "Flandria Illustra" of "Verheerlijkt Vlaandre" verbleef de laatste jaren van zijn leven in de abdij van Affligem. Hij stierf er in 1664. De Hoeve De Witte, een semi-gesloten hoeve, die gesitueerd is langs de Brusselbaan, dateert uit die tijd. In deze hoeve woonde de griffier van de abdij Affligem, en Beda Regaus, de laatste proost van de abdij Affligem, was er ondergedoken voor de Sansculotten. Na de verwoesting van de Elzas en Lotharingen door Lodewijk XIV (1679-1681) stuurt deze een leger naar onze streken omdat Spanje het tractaat, overgenomen na onderhandelingen in Kortrijk, niet naleefde. In 1684 was er 2.000 man muiterij en voetvolk in Asse. Op 16 en 17 januari van dat jaar worden een aantal dorpen, waaronder Hekelgem, door de Fransen platgebrand. In 1694 wordt er in Asse en omstreken opnieuw gemoord en gebrand. In 1704 wordt de oude staatsbaan, die al sinds de Middeleeuwen bestond (handelsweg Brugge-Keulen) verlegd en gekasseid. Pas in de 18de eeuw kwam er terug vrede en welvaart in het land tijdens de periode van de Oostenrijkse vorsten. De steenweg van Brussel naar Aalst wordt aangelegd. De mensen genoten van rust en vrede ; kermissen en toneelstukken bloeiden. Tijdens deze periode werd de Kluiskapel gebouwd (1758). Later, in 1858, werd het bouwvallig gedeelte ervan gesloopt, zodat alleen nog het hoofdkoor overbleef. Dit gedeelte bestaat nog, werd gerestaureerd en beschermd als monument. In 1763 worden plannen gemaakt voor nieuwe groots opgevatte abdijgebouwen. De architect is Laurent Dewez, één van de bekendste architecten in neo-klassieke stijl. De oudste van de twee windmolens van Hekelgem (de oude molen) dateert van 1785. Hij werd gebouwd door Jozef Van Lierde op de plaats waar sinds vele eeuwen een houten molen stond. Deze molen werd geklasseerd als monument en voor de eerste maal gerestaureerd in 1957-1958. Een tweede restauratie greep plaats in 1994.De Brabantse Omwenteling en de Franse tijd
Alhoewel de galg op de Boekhoutberg in 1794 publiek werd verkocht, brachten de laatste jaren van de 18de eeuw opnieuw beroering. De nieuwe reglementen van keizer Jozef II gaven aanleiding tot de Brabantse Omwenteling. Na de slag van Fleurus (1794) viel ons land in handen van Frankrijk. De officiële inlijving gebeurde op 1 oktober 1795. Op 5 september 1796 werd het decreet van de afschaffing van de kloosters gepubliceerd. Op 11 november volgde de uitdrijving van de monniken. Ook de niet-religieuzen in onze streken hadden heel wat te leiden onder de Franse bezetting. De hoop die oorspronkelijk gevoed werd door de leuze "vrede, vrijheid, broederlijkheid" verzwond al vlug. Deze bezetting sloeg over in plunderingen en roverij.De Nederlandse periode na 1830
Uit deze periode (1827) dateert de bouw van de nieuwe molen op de Boekhoutberg. Alhoewel beschermd sinds 1941, is deze molen praktisch tot puin vervallen. In 1869 kunnen de monniken een schamele rest van de abdij terug verwerven. Sinds 1837 waren zij terug samen in Dendermonde. Een gedeelte van de vervallen en verwoeste gebouwen in Affligem wordt terug bewoonbaar gemaakt. Het monnikenleven krijgt weer vorm en in 1887 wordt het klooster in zijn waardigheid hersteld. De eerste abt na het herstel is Godehard Heigl. Het zandtapijtleggen, waarvoor Hekelgem voornamelijk in de eerste helft van onze eeuw bekendheid verwierf, zou ontstaan zijn in 1873 in de herberg "Den Destel", thans Oud-Zandtapijt. Daar strooide Adèle Callebaut, en later de familie De Boeck, gedurende vele jaren kunstvolle zandtapijten.De huidige eeuw
In het begin van deze eeuw (1911) komt in Transvaal (Zuid-Afrika) een benedictijnermissie tot stand, waarvoor het initiatief genomen werd door Abt Heigl van Affligem. In 1912 wordt deze abt opgevolgd door Benedictus van Schepdael, die in 1951 op zijn beurt opgevolgd wordt door Franco de Wyels. De abdijgebouwen werden uitgebreid naar het ontwerp van architect A. Kropholler. In 1934 werden deze nieuwe gebouwen ingewijd. In de eerste helft van deze eeuw start de abdij met de uitgave van een volksmissaal, de eerste in het Nederlands. In 1932 wordt het vroegere vrouwenklooster afhankelijk van de abdij Affligem (Sint-Wivina-klooster van Groot-Bijgaarden), en het benedictinessenklooster Maria Mediatrix werd opgericht. Vanaf 1967 start de abdij met het Cultureel Centrum, dat tot op heden een groeiende en intense culturele werking heeft op diverse terreinen.