Indeling De Borcht De Heren van Brussel Van de Middeleeuwen tot de Franse Revolutie Gerecht, straffen en wettelijke verzoeningen De Franse Revolutie De Hollandse Tijd Essene was een zeer oude nederzetting. Dit bewijzen de Keltische naam en het oude wegennet. Asse was ten tijde van de Romeinse bezetting een zeer belangrijk centrum ; het was ook het knooppunt van belangrijke wegen. Verschillende van deze wegen sloten bij Essene aan. Te Essene begon de Romeinse periode omstreeks 57 vr. Christus en duurde tot omstreeks 360. Er werd in vele zaken verandering gebracht, waarbij de taal het eerst aan de beurt kwam. Van eeuwenlange Romeinse bezetting is te Essene niet veel overgebleven, maar waar wel zekerheid over bestaat, is het feit dat er op de Moortel, dat zeker het oudst bebouwde akkerland is, een Romeinse villa of nederzetting heeft gestaan. Over de Frankische kolonisatie is weinig bekend. Door taalkundige opzoekingen weten we dat de ingaheimnamen terug te brengen zijn tot de Frankische landnamen. De Franken waren er in de eerste plaats op uit de bestaande akkerlanden in bezit te nemen. Essene
De Borcht
De oudste vermelding van de borcht (of Castro), dat het belangrijkste steunpunt in vroegere tijden was (de naam komt eerder zeldzaam voor in de 12de-13de-eeuwse oorkonden), dagtekent van 1250, toen Balduinus de Esschene ten voordele van het Sint-Jansgasthuis van Brussel een cijns bezette op zijn goederen. Dit kasteel werd na de godsdiensttroebelen afgebrand, en het werd niet meer heropgebouwd. De Borcht is de zetel geweest van het plaatselijk riddergeslacht van Essene.De Heren van Brussel
De oudste overheren van Essene gaan terug tot de kasteleinen van Brussel en tot de heren van Asse. Ze leefden van de 12de tot de 14de eeuw. Ze waren de leenmannen van de kasteleinen van Brussel en, in de 11de eeuw en nadien, van de heren van Asse. Hun erfgoed werd geleidelijk overgenomen door de abdij Affligem, en daaruit is vooral het abdijgoed te Essene voortgekomen.Van de Middeleeuwen tot de Franse Revolutie
Na de regering van Karel de Grote was er een periode van ontreddering en eindeloze betwistingen. Het einde van de Karolingische beschaving kwam er door de invallen van de Noormannen, wat het ontstaan gaf aan het leenroerig stelsel. De vorsten gaven een deel van hun uitgestrekte landerijen in leen aan hun getrouwe aanhangers, die de naam droegen van het leen. Het leen werd gewoonlijk geschonken aan de oudste zoon van de overleden leenheer, wat voor gevolg had dat het leen erfelijk werd. Zij die het leen rechtstreeks van de vorst verkregen, waren de kroonvazallen, die op hun beurt kleine stukken aan de gunstelingen gaven. Zo ontstond een bevoorrechte stand : de adel. De lijfeigenen waren de kleine mensen, die verplicht waren, ten koste van hun vrijheid, zich onder de bescherming van een sterkere te plaatsen. Hier en daar bestond er nog eigen goed, dat van geen vorst of heer afhing, "erfleen" of "allodium" genoemd. De godsdienstoorlogen maakten een einde aan de betrekkelijke rust in de 16de eeuw. In 1566 waaide een beeldenstormerij over het land, waarbij kerken en abdijen het moesten ontgelden. In hetzelfde jaar vielen Calvinistische benden ons dorp binnen. Ze wilden ingaan tegen de misbruiken in de kerk, doch de gevolgen reikten verder dan deze die ze eerst voorzien hadden. Nog enkele keren werd er puin en vernieling aangebracht in de streek. In 1583 slaagde Farnese erin de orde te herstellen, zodat men stilaan begon te denken aan de wederopbouw. Op het platteland bleef het nog onveilig. De dorpen werden afgeschuimd door vrijbuiters (rondzwervende afgedankte soldaten), die de boeren overvielen en beroofden. Deze plaag duurde tot in 1595. Veiligheid en vrede werden weer in het land gebracht door aartshertog Aelbrecht. De kerken werden hersteld en de mensen herleefden, maar gedurende de tweede helft van de 17de eeuw zou het nog des te erger worden. De Franse koning Lodewijk XIV viel met zijn leger ons land binnen, waarbij er opeisingen, inkwartieringen en zware krijgsbelastingen werden opgelegd. De vrede van Nijmegen 1678 was van zeer korte duur. Voor onze streken was de winter 1683-1684 een verschrikkelijke oorlogsperiode. Op 17 en 18 januari 1684 werden onze streken door de Fransen afgebrand, omdat zij niet in staat waren hun oorlogsbelasting te betalen. Op 7 juli 1691 werden deze terug het slachtoffer van oorlogsgeweld, en in 1695 trokken de Fransen terug door onze streken, waarbij het Ankerhof volledig vernield werd. Van de laatste krijgsverrichtingen 1703-1713 had onze gemeente minder te lijden, en in de 18de eeuw kwamen we weer onder het gezag van de Oostenrijkse vorsten, waarbij er terug rust en welvaart kwam. De laatste jaren van de 18de eeuw brachten weer beroering. De Brabantse Omwenteling was het gevolg van de nieuwe reglementering van keizer Jozef II betreffende de kerkelijke plechtigheden en veranderingen op vele gebieden.Gerecht, straffen en wettelijke verzoeningen
De wettelijke verzoening, dat een eigenaardig gebruik was, bleef bestaan tot op het einde van de Middeleeuwen. Hierbij kon de vrede hersteld worden door de openbare, wettelijke verzoening van beide partijen. De doodstraf werd eerst afgekocht van de grondheer, door het betalen van een boete. Deze boete, vastgesteld en berekend op het vermogen van de schuldige, werd betaald door de meier. Het "zoengeding" (dit is de openbare plechtigheid van de mondzoen) had gewoonlijk plaats in de openbaar op het dorpsplein voor de kerk, waarbij er eerst zoengeld moest betaald worden aan de naaste erfgenaam van het slachtoffer. Daarna moest er gezorgd worden voor de zielenrust van de afgestorvene. Hiertoe moest de dader missen laten celebreren en deze dan ook zelf bijwonen.De Franse Revolutie
De revolutie had in Frankrijk grote verandering gebracht in de sociale toestanden. In 1794 viel ons land terug in de handen van Frankrijk, maar de officiële afkondiging kwam er pas op 1 oktober 1795. De vreemde troepen vielen ons land binnen met de leuze van vrede, vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid. Onze mensen hoopten op een verbetering van hun sociale toestand, doch deze hoop werd niet lang gekoesterd, want de troepen gingen over tot plunderingen en roverij. De invoering van de "bloedwet", de militaire loting onder de inwoners, was de meest gehate maatregel. Ook Napoleon werd gehaat voor de gedwongen soldatenlichting of "conscriptie", doch deze bracht op godsdienstig gebied wel enige verbetering. Hierdoor werden onze jongens verplicht voor vreemde belangen te gaan vechten op alle Europese slagvelden. Op 27 oktober 1798 werd door de Fransen jacht gemaakt op de opstandelingen die zich in de bossen van Muilem en Essene schuil hielden. Er is niet veel te vinden over de eerste jaren van de Franse bezetting en de dienstweigeraars. De ouders werden aangezet hun verstekelingen aan te zetten zich aan de bezetters over te geven. In augustus 1807 werden de jongens die zich in de bossen verscholen hielden, gevangen. De ouders van deze weerspannigen stonden bloot aan zware straffen. De moeilijkheden herbegonnen met de oprichting van de Nationale Garde. De gemeente moest de onkosten helpen dekken en manschappen leveren, waarvan de leeftijd varieerde van 16 tot 60 jaar. De door de Fransen genomen maatregelen op godsdienstig gebied kwetsten de christelijke bevolking heel diep. Kloosters werden afgeschaft, kerken werden gesloten en kerkgoederen werden verkocht. Priesters die de eed van getrouwheid aan de Fransen niet wilden afleggen, werden vervolgd en verbannen. Er kwam verandering in de kerkelijke toestand na het Concordaat van Napoleon met de paus. In 1798 werden de kloostergoederen van de abdij Affligem verkocht aan vreemdelingen. Het is geweten dat in die tijd van oorlog en vernieling de abdij de huurders van hun goederen hielpen en veel kwijtschelding verleenden. Ook op burgerlijk gebied was het een moeilijke periode, want ook ambtenaren konden aangesproken worden, en die durfden niet weigeren. Ze waren ook verplicht de eed van getrouwheid aan de Republiek af te leggen. Op economische en sociaal gebied ging het niet zo goed. Deze toestand verslechterde nog, want in 1812 lagen alle stokerijen en brouwerijen stil. Voor de meeste mensen is de Franse bezetting een ellendige tijd geweest. Na de nederlaag van Napoleon te Waterloo groeide er weer hoop op een beter bestaan en een mooiere toekomst.De Hollandse tijd
Ingevolge het Congres van Wenen en het Verdrag van Londen werd ons land, na de nederlaag van Napoleon, geschonken aan de koning van Noord-Nederland, Willem I. Het Koninkrijk der Nederlanden werd gesticht. Om aan de zware moeilijkheden waarmee de gemeente te kampen had, te verhelpen (aardappelziekte en een slechte graanoogst door slechte weersomstandigheden), werden de nodige maatregelen getroffen. Zo werd er zes miljoen gulden aan graan ingevoerd uit vreemde landen. De regering zorgde ook voor de verbetering van het onderwijs en de plaatselijke autoriteiten werden verplicht nieuwe scholen te bouwen, maar men zocht steeds naar uitvluchten om aan deze verplichting te ontsnappen.