Brugge was tussen de tiende en de vijftiende eeuw bij momenten een
polyvalente grootstad, die in West-Europa z'n gelijke nauwelijks kende.
De internationale handelsbetrekkingen brachten in Brugge een smeltkroes
samen die in velerlei opzichten vandaag kan vergeleken worden met
wereldsteden als New York. Brugge is vandaag een schilderachtige kern
van monumentale gebouwen, aaneengesmolten door sfeervolle staatjes en
kanalen. De combinatie van beide is voer voor een dagje uit dat
hopelijk ook op jou een blijvende indruk nalaat. De wandeling is
specifiek gericht op bezoekers die in enkele uren tot één
dag de stad - beter - willen leren kennen. De wandeling is
geïllustreerd met vele kleine foto's, die vooral bedoeld zijn om
het volgen van de wandeling te vergemakkelijken. Ze houden de mooiste
beelden voor uw bezoek.
1. Het stationsplein

Het
stationsplein van Brugge werd
recent
gerestaureerd en biedt nu een frisse blik op het station. Links van het
station zijn de bushaltes. Rechts Brugge's grootste en goedkoopste
betaalparking. Dit verkeersknooppunt is dus de ideale ontmoetings- en
vertrekplaats. Aan de overkant van het plein steekt je links
het grote zebrapad over en gaat verder rechtdoor over het
water.
2. De Begijnenvest
Neem onmiddellijk over het water rechts de Begijnenvest. De vesten, de
vroegere verdedigingsomwalling van Brugge, vormen nu een
groene wandel- en fietsgordel om de Brugse stadskern. Het
ontbreken van autoverkeer brengt ons onmiddellijk in de juiste sfeer
voor een middeleeuwse wandeling. De overblijvende stukjes aarden
omwalling en molens van Brugge liggen verderop langs deze vesten en
zullen we op onze wandeling niet tegenkomen. Deze vesten zijn de derde
generatie verdedigingswallen. Een eerste versterking was aan de Burg,
door de eerste graven van Vlaanderen uitgebouwd. Deze verdediging was
belangrijk als bescherming tegen de invallen van de Noormannen vanuit
de zee, om zo de nodige veiligheid te bieden die Brugge tot
handelscentrum kon maken.
Aan het einde van de Begijnenvest botsen we op de Poertoren (1396), vroeger een
kruitmagazijn.
3. Het Minnewater
Sla voor de Poertoren links af, verder langs de Begijnenvest. Tussen de
beplanting door heb je hier een prachtig zicht op het romantische
Minnewater. Aan het einde van deze wandeling ga je rechts de brug
over. Fans van Aspe (de serie) moeten ook nog even verder lopen
tot het
tweede huis in de Arsenaalstraat. Dat komt je zeker bekend voor.
Verkies je een iets langere wandeling met nog wat meer groen, volg dan alternatief de wandeling 3a en 3b hieronder.
3a. Het Minnewater en de Katelijnevest.

Steek de brug
over en geniet ook even van dit zicht op het romantische
Minnewater. Volg dan verder de Katelijnevest tot aan het brugje
links.
Over het Minnewater bestaat ook een mooie legende. Daarvoor moeten we
helemaal terug naar de duistere tijden toen de Romeinen Gallië
veroverden. Twee geliefde werd gescheiden toen de jonge krijger,
Stromberg, tegen de Romeinen ten strijde trok. Het meisje, Minna
beloofde te wachten op zijn terugkeer. Tijdens zijn lange afwezigheid
wou Minna's vader haar echter een ander ten huwelijk geven. Ten einde
raad vluchtte Minna de avond voor het huwelijk het bos in. Toen
Stromberg terugkwam, zocht hij Minna en vond haar totaal uitgeput. Ze
stierf in zijn armen. Hij bouwde een dam in de beek, ongeveer waar nu
de toren staat, en maakte er een graf voor Minna, waarna hij het water
weer liet stromen. Vandaar de naam minna-water of Minnewater.
Het romantische karakter van het Minnewater wordt niet alleen door
kunstenaars en toeristen gewaardeerd. Ook de avondlijke bevolking van
deze stek spreekt voor zich. Ook Van In en Hannelore doen daar in "Het
Zoenoffer" (Aspe) vurig aan mee. Helaas werd hun liefdespel prompt
onderbroken bij het vinden van de dode Jos Viaene.
3b. Het Minnewaterpark



Steek het brugje
links over. Vervolg het wandelpaadje rechtdoor en sla pas aan de
volgende splitsing links af, in de richting van het
minnewaterkasteeltje. Laat aan het einde van dat paadje ook het kasteel
links liggen en sla rechtsaf. Neem aan het einde van dit straatje links
de Arsenaalstraat, en loop deze ten einde tot voor het water. Fans van
Aspe (de serie) moeten vooral het voorlaatste huis links in deze
straat wat beter bekijken. In de serie is dit het woonhuis van Pieter en Hannelore.
4. Het Sashuis en het Wijngaardplein

Het Sashuis
(1895) sluit het Minnewater af op melancholische wijze af en
brengt ons aan de Brugse reien en het Wijngaardplein. We lopen rechts
van het water de zwanen en de koetsen tegemoet. Even verder heb je een
prachtig beeld op de Brugse reien met hun typerende zwanen en het
begijnhof op de achtergrond.
Over deze zwanen bestaat ook een leuke legende. Toen de geliefde gravin
Margaretha van Bourgondië stierf (1482), werd zij opgevolgd
door haar man, graaf Maximiliaan van Oostenrijk. Zoals zovele graven
voor hem, probeerde hij de voorrechten van het rijke Brugge te
beknotten en de belastingen te verhogen. In deze strijd werd hij werd
door de Bruggelingen gevangen gezet in het Craeneburg (dat we later nog
zullen tegenkomen). Hij werd er gedwongen de terechtstelling van zijn
raadsman, Pieter Lanckhals, bij te wonen. Toen Maximiliaan de
Bruggelingen kon verslaan, strafte hij hen voor deze moord. Brugge werd
verplicht om "langhalzen" of zwanen op de reien te houden.
5. Het begijnhof

Sla aan de
fontein met de paardenkoppen, het andere uiteinde van het
Wijngaardplein, eerst even linksaf naar het begijnhof. Steek het
bruggetje (1570) over, ga door de poort naar binnen en wandel
even rond dit rustgevende binnenplein. Het prinselijke begijnhof van
Wijngaerde werd in 1245 gesticht, maar de oudste huisjes op dit plein
zijn 15de eeuws.
Laat ons de begijnen ondertussen even wat van beter leren kennen.
Hoewel er nu zusters benedictessen in het begijnhof wonen, waren de
begijnen niet echt een zusterorde. Het reglement legde wel plicht tot
persoonlijk gebed op en minstens een mis per dag. Maar ze hadden een
grotere vrijheid dan kloosterzusters. Zo deden ze geen afstand van hun
lekenstaat en persoonlijk vermogen. Ze werden ook verwacht in hun eigen
onderhoud te voorzien en werkten dus in allerlei sectoren, waaronder
borduren, kantklossen, ziekenzorg en onderwijs. Ze konden
onder bepaalde regels het hof verlaten en ook werden bezoekers overdag
toegelaten op het hof. Slechts 's avonds sloot de poort de stad buiten.
Meer interesse over het onderwerp kan je desgewenst botvieren in het
museum dat je in een van de huisjes vind.
6. De kantwinkeltjes van de Wijngaardstraat
Keer op je stappen terug over het brugje en sla dan linksaf de
Wijngaardstraat in. In dit korte stukje kan je de Brugse kant in
overvloed bewonderen en kopen. De prijskaartjes aan deze pareltjes
bevestigen de link met het verleden. De rijkdom van het middeleeuwse
Brugge - en Vlaanderen - was immers te danken aan de lakenhandel. Het
vruchtbare hinterland zorgde voor een ruime aanvoer van wol, de haven
voor een even vlotte doorvoer. Zeker vanaf de 10de eeuw was het Vlaamse
laken een bekend exportproduct. Aan het Franse hof, bijvoorbeeld, werd
de kledij hoofdzakelijk gemaakt uit het luxe-laken uit Vlaanderen. De
wol zorgde voor werk in de ambachten van de wevers, de volders, de
scheerders en de verwers. Daarenboven organiseerden zicht de handelaars
en makelaars in de internationale Hanze. De zetel van de "Duitse
Hanze", de belangrijkste, had haar hoofdzetel te Brugge en werd van
rechtswege door een Bruggeling voorgezeten. De concurrentie met andere
Vlaamse steden als Gent en Ieper doorstond Brugge door zich toe te
leggen op confectie en luxenijverheid. Door de stijgende
productie kwam er een gebrek aan wol en werd er Engelse wol ingevoerd.
Dit werpt ook een ander licht op nauwe band die de graaf van
Vlaanderen, ondanks zijn onderhorigheid aan het Franse hof, met de
Engelsen had. Het is ook een belangrijk element in de teloorgang van
Brugge, toen de Engelse lakenindustrie in de 16de eeuw het
roer overnam.
7. Het Walplein

Als
je in de
Wijngaardstraat de eerste straat links afslaat kom je op het Walplein.
Op dit plein vind je links o.a. de ingang van de oude brouwerij
'Straffe Hendrik'. Bemerk ook het eerder moderne kunstwerkje in het
midden en
de mariabeeldjes op verschillende hoeken van deze straatjes. Maria was
altijd de beschermheilige van Brugge. We zullen haar nog vaker
ontmoeten. Loop het plein helemaal ten einde.
8. Het Stoofstraatje en de Katelijnestraat
Steek ook de Walstraat over en ga verder rechtdoor tot je op het einde
rechts in het smalle voetgangersstraatje komt. Je kan je voorstellen
dat hier vroeger een poort was. Het Stoofstraatje vormt de achterkant
van de godshuizen van Spanooghe. De godshuisjes waren een stukje
sociaal vangnet. Ze werden door rijke families gebouwd, voor armen of
bejaarden. Typische huisjes hadden slechts één
ruimte, in een blok met een binnenplaats of tuintje. De armoede werd
vaak door een poort van het straatbeeld afgehouden. De bewoners
spendeerden hun tijd met klussen en bidden voor hun broodheer.
Als je het Stoofstraatje ten einde bent, sla je linksaf de
Katelijnestraat in. Tussen de befaamde chocoladewinkels vind je links
ook nog de poort van de godshuizen van het Rooms Convent en rechts de
tuin van de godshuizen van Spanooghe. De mooiste godshuisjes liggen
helaas een eindje van onze wandeling af. Ze zijn niet alle
publiek. De meeste behoren ook tegenwoordig tot het OCMW.
9. Het Memlinc museum
Als je de reitjes oversteekt zie je reeds de achterkant van het
vroegere Sint-Janshospitaal. Daarna passeer je de vroegere poort,
tegenwoordig ingang van het Memlinc museum. De geschiedenis
van het Sint-Jans hospitaal en leven en werken van de schilder worden
er uitgebreid gedocumenteerd en geïllustreerd.
Hans Memlinc (1433-1494) was een van de latere in het rijtje van de
Vlaamse Primitieven. De rijkdom van Brugge trok ook de kunstenaars aan
en maakte Brugge in de dertiende eeuw de meest geroemde stad der
schilderkunst. Hoewel geen van grote namen zoals Van Eyck, Memlinc,
Gerard David werden in Brugge geboren, ontstond hier een
vernieuwende stijl, die heden nog wereldbefaamd is. Memlinc verbleef
lange tijd in het Sint-Janshospitaal en stierf er
ook.
10. Het vroegere Sint-Janshospitaal


Voorbij de twee
poorten van het hoofdgebouw (13de eeuw) nemen we de voetgangersdoorgang
naar het binnenplein van het hospitaal. Het pleintje bied enkele
verrassende panorama's. Ga ook even binnen in de meest linkse gaanderij,
waar je nu enkele pubs en andere publieke gelegenheden vind in de
latere ziekengallerijen. Aan het einde links kom je door de glazen
deuren weer buiten. Je hebt er een mooi zicht op de reitjes en de
brouwerij (het gebouw rechts achter op de foto rechts). Ga dan weer naar links en keer buitenom terug en ga terug
tot aan de onze lieve vrouwkerk.
Het Sint-Janshospitaal werd in de 12de eeuw opgericht en beheerd door
de stad en de rijke burgerij. Het was niet het enige in Brugge of in
Europa, wel een van de eerste. Het diende daardoor wel als voorbeeld,
vooral in Duitsland. Ook was het door z'n omvang aan personeel een
gekende leerschool voor jonge artsen. Hoewel het personeel als broeders
of zuster werd aangesproken, was er in het begin geen sprake van een
kloostergemeenschap. Er waren ook leken onder hen. Ze verbleven wel in
aparte gebouwen. De zusters in het gebouw links van het hoofdgebouw,
voorbij de apotheek, de broeders in het gebouw rechts om de
hoek. Men mag zich bij een hospitaal echter niet voorstellen
wat we tegenwoordig in een ziekenhuis kennen. Het was niet alleen een
toevluchtsoord voor armere zieken, maar ook voor zwervers, pelgrims,
reizigers, bejaarden en daklozen. 't Is trouwens ook aan het Sint
Janshospitaal dat we het fameuze "Zie
je van Brugge, zet je vanachter" te danken hebben. Vermoeide reizigers
die van ver kwamen kregen immers voorrang bij de bediening.
Ze werden opgevangen in een van de drie grote zalen, waar ze een van de
in rijen opgestelde beddenkoetsen toebedeeld kregen. Ook de geestelijke
zorgen, biecht en sacramenten als voorbereiding op de dood, waren
minstens even belangrijk als de geneeskundige zorgen. Hun weinige
bezittingen kwamen bij overlijden vaak aan het hospitaal toe. Het
hospitaal kende ook een grote uitbreiding met de ziekenzalen waarin
tegenwoordig tentoonstellingsruimtes voorzien zijn. Ook bij de Aspe
fans zou hier een belletje moeten gaan rinkelen. Pas in de jaren 70,
onder burgemeester Van Maele, verhuisde het Sint-Jan buiten de
stadskern.
11. De Onze-Lieve-Vrouwekerk en het Guido Gezelleplein
De bakstenen toren van de Onze-Lieve-Vrouwekerk (13de eeuw) is met 122
meter de hoogste van Brugge. Als je door de zijdeur rechtover het
hospitaal naar binnen gaat, kan je rechts, aan het einde van
de beuk de beroemde "Madonna met kind" (1504) van Michelangelo
bewonderen. Het is een van de weinige beeldhouwwerken van de kunstenaar
die buiten Italië te vinden zijn.

Ga
langs dezelfde
poort de kerk weer buiten en ga dan rechts de Katelijnestraat verder
af. Neem dan de Oude Burg rechts. Zo kom je aan de voorkant van de
Onze-Lieve-Vrouwekerk. Links zie je op het plein dat naar hem genaamd
is ook een standbeeld van de beroemde Vlaamse dichter Guido Gezelle
(1830-1899). Aspe fans hebben het misschien moeilijk te geloven dat
dit beeld er nog staat. Voor hen werd het in "De Midasmoorden"
opgeblazen. Maar ik kan de toerist geruststellen. Het exemplaar dat
voor de serie werd opgeblazen was een kopie - in feite werden slechts
brokstukken gereproduceerd - als en wat hier staat wel
degelijk het origineel.
12. Het paleis van Gruuthuse

Gruut was tot de
uitvinding van het hopbier in de 14de eeuw een noodzakelijk ingredient
van Bier. En de heren van Gruuthuse hadden het monopolie op de verdeling
van het populaire goedje. Hun rijkdom is dan ook vanzelfsprekend en het
binnenplein van het paleis (15de eeuw) was vroeger dan ook aan
alle zijden door een muur afgesloten. Als je het kasteel aandachtiger
bekijkt vind je boven de deur ook de leuze van de heren terug: "Plus
est en vous", meer is in U. De beroemste telg, Lodewijk (1422-1492),
was ook een verwoed reiziger en verzamelaar. Heel wat daarvan vind je
in het museum dat zich nu in het hof bevind. Helaas zijn de de mooiste
schatten reeds lang naar Frankrijk verhuisd.
Verlaat dan het binnenplein terug en wandel tussen de
Onze-Lieve-Vrouwekerk en het paleis door naar de achtertuin. Je vind
hier trouwens nog een knap staaltje van de invloed van de heren van
Gruuthuse. Zij wensten zich niet buitenom, tussen het volk naar de
eredienst te begeven er er werd speciaal voor hen een brugje gemaakt
tussen het paleis en de kerk. De heren volgden de mis vanop een balkon.
13. Brugje en Gruuthusepark


Op het
romantische brugje in de achtertuin werd menig trouwfoto genomen. Boven
het brugje, in de hoek van het paleis, vind je ook het zogenaamde
"kleinste venstertje van Brugge". De betekenis van dit simpele, maar
steevast door toeristen gefotografeerde ding is niet geheel duidelijk.
We
schrijden over de brug en daarna links door het park terug naar de weg.
14. De Dijver

Aan
de weg - de Dijver - ga je naar rechts. De mooiste wandeling is aan de
overkant van de straat langs de reien. Aan de rechte Dijver zie je
ook dat de reien kanalen zijn die gegraven werden voor aan- en afvoer
van water en goederen. Je herkent hier en daar nog duidelijk de
vroegere pakhuizen. De reien werden via een vaargeul verbonden met het
Zwin, dat in 1134 ontstond door een zware stormvloed. Het kanaal maakte
gedeeltelijk gebruik van de bedding van het riviertje de Reie. Het
nieuw ontstane zwin bood mogelijkheden voor grotere zeehavens. De
eerste werd onder graaf Filip van den Elzas in Damme uitgebouwd. Later
volgden ook andere, waaronder Sluis de meest gekende. In deze zeehavens
werden de goederen op kleinere schepen overgeladen en naar Brugge
gevoerd. Brugge waakte er over zijn status als moederstad t.o.v.
deze havensteden niet te verliezen, o.a. door het stapelrecht voor de
aangevoerde goederen voor te behouden. Het verzanden van het zwin en
afsluiting door de tachtigjarige oorlog omstreeks 1600, is dan ook
vanzelfsprekend een tweede belangrijk element in de teloorgang van
Brugge.
Aan de rechterkant van de weg kom je langs de Dijver ook het
Groeningemuseum tegen. Liefhebbers van schilderkunst mogen dit niet
missen. Nergens anders kan je je zo gemakkelijk laten overtuigen van
de waarde en impact van de Vlaamse Primitieven.
15. De Rozenhoedkaai

Ga
aan de eerste dwarsstraat, de Wollestraat, rechtdoor, langs de
Rozenhoedkaai. Wandel verder tot je aan je linkerkant een klein
pleintje hebt dat verder naar het Huidevettersplein leidt. De
achtergrond van dit stukje reien vormt een geliefd zicht. Het belfort
steekt er magistraal boven de oude middeleeuwse huizen uit. De prijzen
van het hotel-restaurant dat rechts uitkijkt op dit stukje reien zijn
navenant.
Hier heb je ook een aanlegsteiger voor een toeristische bootvaart op de
reien. De bootjes die hier vertrekken doen een ronde die het minst
overlapt met de wandeling. De bootjes hebben geen dak, omdat ze dan
niet onder de lage bruggen door kunnen.
16. Het Huidevettersplein
Centraal op dit plein bevind zich ook het huidevettershuis. De
huidevetters verwerkten er de dierenhuiden tot leer en verkochten ze op
markten op het plein. Zoals andere ambachten organiseerden ze zich
in gilden. De gilde verdedigde hun belangen bij de stad en het
graafschap. De gilde regelde ook interne geschillen. Een kruising
tussen een vakbond, werkgeversorganisatie en commune. Ook dat is niet
nieuw. Honger en armoede zorgden in barre tijden vaker voor opstanden
tegenover de burgerij, de graven en koningen.
17. De vismarkt

Loop
het plein door en verlaat het aan de andere kant. De achterkant
van de Burg valt onmiddellijk in het oog, maar we laten die nog even
links liggen en gaan eerst rechtdoor tot aan de vismarkt (1821). Hier
wordt sinds 1745 vis verkocht, dinsdag tot zaterdagmorgen. Aspe fans
zullen zich ook wel de spectaculaire schilderijverbranding herinneren
die zich hier afspeelt in "Het vierkant van de wraak".
Op het voorplein stoot je op het standbeeld van Frank Van Acker, de
eerste socialistische burgemeester van Brugge (1976-1992). Zijn vader,
Achiel Van Acker, word weleens de vader van de Belgische sociale
zekerheid genoemd. In Brugge is hij bekend als Achiel charbon, omdat
hij in de moeilijke jaren na de oorlog kolen verdeelde onder
de bevolking.
18. Het Blinde Ezelstraatje

Keer
dan terug naar de achterkant van de Burg en treed via het brugje en het
Blinde Ezelstraatje de vroegere burcht binnen. In het midden van het
straatje vind je nog een scharnier van de vroegere poort in de 12de
eeuwse stadsmuren, het weinige dat nog doet denken aan een versterkte
burcht. Nochtans staat hier de wieg van Vlaanderen. Boudewijn met de
ijzeren arm ontvoerde in 862, niet geheel tegen haar zin, Judith,
dochter van de Karel de Kale. Deze koning van Frankrijk, of
West-Frankenland, dat door splitsing van het Frankenland in
843 was gevormd, was daarmee niet zo opgezet. Na bemiddeling van
de paus stemde deze toe in het huwelijk en kreeg Boudewijn het
minuscuul graafschapje Vlaanderen, het vroegere "Pagus Flandrensis"
toegewezen. Het omvatte slechts Brugge en omstreken. Boudewijn en zijn
zonen bouwden de versterkingen op de Burg uit tot een burcht, die
enigszins verder lag dan de huidige Burg. Van deze burcht zijn
geen restanten. Met een gelijkaardige durf en ondernemingsdrang, en ook
wel sluwe politiek, wisten de graven van Vlaanderen hun gebied en
rijkdom uit te breiden. Als goede investeerders financierden ze hun
plannen met inkomsten van het succesvolle Brugge.
19. De Burg

Kijk
je naar het stadhuis, dan zie je op de burg van links naar rechts het
voormalig gerechtshof (1727), de Civiele Griffie (1537) met de doorgang
naar de Blinde-Ezelstraat, het stadhuis (1420), de Heilige Basilius en
Heilig Bloedbasiliek (12de eeuw) en helemaal achterom, voorbij de
Breidelstraat, de Proosdij van Sint-Donaas (1666).
Op de plaats van het voormalig gerechtshof, nu dienst voor toerisme en
museum, stond vroeger het landhuis van het Brugse Vrije, waarvan de
schepenzaal en nog enkele muren bewaard zijn. De oude griffie werd van
1883 tot 1984 gebruikt als Vredegerecht. Vrouwe justitia die het gebouw
domineert staat daar dus niet misplaatst. We staan nog even stil
bij het wapenschild van Brugge dat je vind boven de deur van de
griffie. Het Brugse wapenschild, een blauwe leeuw in een rood-gouden
streeppatroon, wordt traditioneel gedragen door de Vlaamse leeuw en een
beer. Ook die beer is een ode aan de graaf. Volgens de legende zou de
eerste graaf, Boudewijn, bij zijn terugkeer van een reis op een beer
zijn gestoten, die reeds enige tijd de omgeving van Brugge onveilig
maakte. Terwijl zijn gezellen vluchten, zou Boudewijn "met de ijzeren
arm" de beer gedood hebben.
Het stadhuis is een van de oudste in de Nederlanden. De leuze SPQB die
her en der opduikt, o.a. ook in het wapenschild aan de Griffie en de
Brugse democratie, was er een van wisselend succes. De ambachtsgilden
en de poorters (burgerij) verkozenen sinds 1302 schepenen en
raadsleden, die burgemeesters verkozen. Maar bij tijden van onrust was
dit snel ongedaan gemaakt en meermaals in de daaropvolgende
geschiedenis werden deze alsnog door de Graaf benoemd.
De relikwie van het heilig bloed, een druppel van het bloed van
Christus, kwam door de kruistochten in Brugge terecht in de eerste
helft van de 13de eeuw. Ze werd in de eerder gebouwde grafelijke
kapel bewaard. De graven hadden een traditie in het opluisteren van hun
stad met relikwieën. Boudewijn I liet reeds de relikwie van
Sint-Donaas overbrengen naar Brugge om zijn stad op te waarderen. De
betekenis van het Heilig bloed in de Middeleeuwen mag niet onderschat
worden. Het werd geloofd een bescherming te zijn tegen ziekte en
rampspoed. De jaarlijkse bloedprocessie gaat ook reeds van in de 13de
eeuw uit in mei. Pieter Aspe kan er je alles over vertellen. De
schrijver was jarenlang conciërge van de basiliek.

De
proosdij van Sint Donaas was er ook reeds bij de eerste graven, al is
het huidige gebouw van later datum. In Brugge waren meerdere kerkelijke
instanties vertegenwoordigd, maar de proosdij was de meest
invloedrijke. Bij momenten was de proost ook kanselier en
belastingsontvanger. Niet direct de meest geliefde instantie dus. Naast
de proosdij ontbreekt de Sint-Donaaskerk, waar je nu de grote leegde
vind, gecamoufleerd door bomen en moderne fantasie. Brugge's centrale
kerk, gebouwd door de derde graaf, Arnulf I in de 10de eeuw, werd
tijdens het antiklerikale regime van de Franse revolutie met de grond
gelijk gemaakt (1799). Enkele fundamenten en andere vondsten kunnen in
het Hotel op de hoek bezichtigd worden. Ze werden tijdens de bouw van
het hotel ontdekt en na overleg, mits aangepaste bouwplannen, bewaard
en overkoepeld.
20. De Breidelstraat

Met
de rug naar het stadhuis, is de Breidelstraat links, aan de proosdij.
De Breidelstraat verbindt de burg met een tweede imposant plein, de
Markt.
21. De Markt
Brugge telt vele pleinen en markten maar dit is zonder twijfel
dé Markt. De Halletoren, ook wel het Belfort (±1300),
is het zinnebeeld van Brugge's vrijheid en zelfstandigheid. Het is
een zuiver stedelijk gebouw, zonder kerkelijke inbreng, gebouwd tot
uitstraling van Brugge's macht en rijkdom. De beklimming van de 366
treden is een leuke afwisseling en laat je ook de boeiende
beiaard-automaat zien en een uitzicht over de stad. De toren werd
trouwens vroeger ook als uitkijkpost gebruikt. De hallen die de toren
omgeven werden iets later gebouwd en dienden voornamelijk als overdekte
markt.

Links
van de halletoren, waar nu het gouvernementsgebouw is, was vroeger de
Waterhalle (1294 - 1787). De reie,, die daar stroomden, waren
volledig overkoepeld door een imposante halle. Laken en andere goederen
werden er op de schepen geladen en gelost. Aan de marktzijde waren er
open galerijen waarin handel gedreven werd. Later werd de Reie
overwelfd en kwam er uiteindelijk het provinciaal hof (1910), zetel van
de gouverneur van West-Vlaanderen.
Rechts van het belfort zijn er nog enkele middeleeuwse woningen bewaard
gebleven. Zo zijn er de huizen op de beide hoeken van de
Sint-Amandsstraat: links het oudste originele huis van de markt,
Boechoute (15de eeuw) met de windwijzer op de gevel. En rechts de
Craenenburg waar de Bruggelingen aartshertog Maximiliaan van Oostenrijk
gevangen hielden.
Op het midden van het plein tenslotte herinneren Jan Breydel en Pieter
De Coninck ons aan de gulden sporenslag. De Bruggelingen hadden een
aanzienlijke bijdrage aan van de zwaarste nederlagen in de Franse
militaire geschiedenis. De geschiedenis om deze gulden sporenslag
illustreert dan ook goed de machtsspelletjes zoals die de hele
Middeleeuwen door beoefend werden. Brugge en Vlaanderen was in die tijd
op het toppunt van z'n glorie en de grote zelfstandigheid van de
Vlaamse graaf, Gwijde van Dampiere was dan ook zeer tegen de zin van de
koning van Frankrijk, die veel geld in diens beurs zag verdwijnen. De
graaf van zijn kant probeerde ook de Bruggelingen grote sommen geld af
te troggelen, tot nadeel ook van de Brugse burgerij en adel. De Brugse
ambachtslui tenslotte hadden zich in de 13de eeuw gegroepeerd in
gilden en streefden naar een vertegenwoordiging in het Brugse
stadsbestuur. In eerste instantie kozen de Bruggelingen de kant van de
Franse koning, in de hoop op een vermindering van lasten en verbetering
van hun positie. In 1301 werd Filips de schone luisterrijk ontvangen in
Brugge. Brugge stak de ogen uit, want zijn echtgenote, Johanna van
Navarra riep hierbij uit: "Ik dacht dat ik hier de enige vorstin was,
maar ik zie er hier bij honderden." Al gauw werd echter duidelijk dat
de koning slechts op de rijkdom van Brugge uit was en de
Bruggelingen kozen prompt de kant van de Graaf, die de koning gevangen
gezet had. De ambachtslui zagen hierin de kans zich te doen gelden en
leverden, onder leiding van Jan Breydel en Pieter De Coninck, een
beslissende bijdrage. Op 18 mei 1302, met de "Brugse metten", werden de
Fransen in Brugge bloederig gewraakt. In de daaropvolgende slag te
Kortrijk, op 11 juli, versloegen de Vlaamse gemeenten het fiere Franse
ridderleger. Dat de Vlamingen een eliteleger verslagen hadden
blijkt ten overvloede uit de naam die deze slag kreeg. De overwinnaars
verzamelden bij de Franse lijken een rijke hoeveelheid gulden sporen...
22. De Steenstraat

Ben
je moe of is je tijd op, dan kan je op de Markt een bus nemen naar het
station. Er is echter ook een mooie wandeling terug. Voor de halletoren
rechts, verlaten we de markt langs de Steenstraat, Brugge's meest
vrouwelijke straat. De populaire shoppingstraat is niet voor niks in
het Belgische monopoly-spel terug te vinden.
Halfweg de Steenstraat ligt het Simon Stevinplein, met een standbeeld
van de beroemde wiskundige, die lange tijd in Brugge woonde.
23. De Sint-Salvatorkerk en de Zuidzandstraat
Even verder ligt de Sint-Salvatorkerk. De Sint-Salvatorkerk was de
eerste stadskerk van Brugge, gebouwd midden de jaren 900. Het
huidige gebouw is het resultaat van talrijke verbouwingen na evenveel
verwoestingen. De onderbouw van de huidige toren stamt nog uit
1127, de rest is 13de eeuws.
Loop dan de straat verder af, die hier Zuidzandstraat gaat heten.
24. Het Zand
Op dit grote plein was vroeger het station. In 1939 kwam het nieuwe
station in dienst en in 1948 werden de resten van het oude station
gesloopt. Het eerste station van Brugge werd in 1844 afgewerkt, maar
was al snel te klein en werd reeds in 1879 gesloopt en in Ronse
heropgebouwd. Daar kan je het nu nog bewonderen. Het daaropvolgende
station met ijzeren spoorweghal is niet bewaard. Temidden het plein
staat nu een grote fontein met beelden.
Sinds Brugge 2002, toen Brugge culturele hoofdstad was van Europa,
wordt het zand ook begrensd door het nieuwe concertgebouw. Het grote
rode gebouw spring onmiddellijk in het oog. 's Zomers kan je er ook met
de lift naar het dakterras met café, met een mooi uitzicht. Omwille
hiervan werd trouwens ook de bushalte op het Zand uitgebreid.
25. Het koning Albertpark
Langs de achterkant van het concertgebouw vind is een wandelpad, dat
door een groene strook tot aan het station loopt. Midden de strook
staat nog een standbeeld van koning Albert I, geliefd in Vlaanderen
omwille van zijn rol in de eerste wereldoorlog.